Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

handvat waardoor een veer in beweging werd gebracht die het voortdreef." »Dan, meneer," antwoordde de Doctor, »ia dit het voordeel daarvan: de man heeft de keus of hij zichzelf alleen wil voortbewegen, of zichzelf en zijn machine tevens." Waarschijnlijk bracht dat bewerkelijke apparaa^nog niet het voordeel mee, dat eigenlijk alleen het gebruik van de veloeipède wettigt: de snelheid. Het raakte dan ook in het vergeetboek, tot ongeveer 1819 verbeterde vormen werden uitgevonden. Verscheidene Engelsche platen uit dien tijd doen ons kennis maken met het z.g. Dandy- of Hobby-Horse, dat uit Frankrijk werd ingevoerd, waar het den naam veloeipède droeg. Dandy-horse werd het genoemd omdat het onder de dandies van dien tijd spoedig mode werd er zich op te vertoonen, en hobby-horse, stokpaardje, omdat de lange stang van zadel naar stuur op een stok gelijkt waarop men gaat zitten. Deze rijwielen hadden geen trappers, men bewoog ze voort door met de voeten, die even den grond reikten, zich licht af te zetten en kon zoo zeven of acht mijlen in een uur afleggen. De fantasie der teekenaars maakte zich op allerlei wijze meester van dit artikel. Een kreupelrijm uit dien tijd spreekt van:

— patent pedestrian accelerators, The fleeting Vélocipèdes-perambulator*, Or Hobbies—which so much at present the rage are That asses they'11 banish from Brighton I'll wager.

Dit soort van vélocipèdes, dat eigenlijk zoo goed als niets te maken heeft met den driewieler en tweewieler van later, maar meer gelijkt op een verfijnde editie van het gewoon stokpaardje (hobby-horse) wordt dus evengoed als zijn kinderlijk prototype, getroffen door den hoon van den goeden Jan Luyken

De onnoosele rijd op 't houten Paerd, Met bei zijn voetjes op der aard, Waar over 't beter weeten lachten. O Houten Paerd, van werelds goed, Waar op de Ruiter gaat te voet, Gij zijt tot spot en tot verachten.

Heeft dit vervoermiddel, waarmee men zich ondertusschen zeer vlug kon verplaatsen, voor ons iets voorwereldlijks, de hooge fiets, die wij voor een groot deel zelf nog gekend hebben, ziet er óok al belachelijk-ouderwetsch uit. Wij zouden nu zeker niet graag meer op zoo'n hooge stellage klimmen om te gaan rijden. In een boekje, gewijd aan de sporttentoonstelling te Scheveningen in 1892 staan van die

Sluiten