Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Dr. Johnson, die nooit gedacht heeft dat de mensch zich zelf op deze wijze als het ware lichter kon maken, werd beschaamd.

Van onze illustraties valt op te merken dat, zooals dat dikwijls het geval is,' het oude hobby-horse en de hooge fiets van later, pittoresker blijken dan het weinig teekenachtige geperfectionneerde moderne ding.

Frits Hopman geeft in een van zijn mooie en orgineele schetsen, hier reeds geciteerd, die gebundeld zijn onder den titel »In het Voorbijgaan" een beschrijving van de beweging van een auto en een fiets, die buitengewoon bondig en evocatief is.

»Heel in de verte werd een klein donker rechthoekje zichtbaar in een blinkend wolkje stof. Een flauw getoet werd gehoord. Dat was de auto die haar werk kwam doen.

De auto joeg aan; van alles wat zich vrij op straat bewoog het eenige wat doelbewust en krachtig voorwaarts streefde, als een eerzuchtig, talentvol man in een wereld van twijfelaars en zwakken. Zulk een moet vernietigen een ieder die niet ruim baan maakt. De fietser nu, was een droomer, een poeët Voor hem was er geen plaats op den grooten Heirweg. Het wereldbestel wil ons wakker, zelfbeheerscht, en krachtig.

»Hij had een geheelen morgen op zijn fiets gezeten — doodstil gezeten met de ronde handvatten van het stuur in zijn palmen. Er was niets geweest dan het zachte knetteren van de banden in het fijne kiezelgruis op het harde fietspad; het murmelend ruischen van de gewrichtskogeltjes en het fladderend windschokken, zacht dreunend in de oorschelpen. Beneden gleed de weg zachtjes onder hem. Hij was één geworden met zijn machine, het gestadige trappen op de pedalen niet bewuster meer dan het kloppen van zijn hart — zijn lichaam was uitgebreid; de beweegzenuwen schenen te reiken tot in de verste deelen van het rijwiel, dat iederen halfbewusten wensch gehoorzaamde."

Dit is wel het ideale fietsen, dat slechts kort bij de allergunstigste omstandigheden alleen genoten kan worden. Het geluk schijnt voor het oogenblik bereikt en gegrepen voor dezen wielrijder, die nog slechts zestig seconden te leven had; immers »de wereld hernam haar rechten", hij raakt verward tusschen een stoomtram, een janplezier, en de auto, en een keffende hond verbijstert hem bovendien. »Een koel, wakker man had kunnen ontkomen."

De automobiel, d. w. z. het zelfbewegend rijtuig als zoodanig was in het begin een gewone toepassing van de stoomkracht. Het komt reeds in 1769 voor, en wordt weer in 1802 in weinig veranderden vorm

Sluiten