Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

gebruikt In 1885 bezigde Butler voor het eerst stoom van benzine als beweegkracht

Hier zou, hadden we daarvoor bij de illustraties plaats, een aardig overzicht te geven zijn van de denkbeelden, die kunstenaars hebben gehad van het zelfbewegend rijtuig, waarbij zij meestal rijen voertuigen, zooals zij ze kennen, met stoompijpen voorzien naar hun fantasie het hun ingeeft De evolutie van den vorm van de automobiel is trouwens zeer langzaam gegaan en nog niet geheel tot staan gekomen, waarschijnlijk: nog altijd gelijkt een »auto" vaak te veel op een afgespannen rijtuig, al komt daar verandering in. Hetzelfde was vroeger het geval met spoorwegwagons, die er eveneens uitzagen als rijtuigen, doch gaandeweg een geheel eigen vorm hebben gekregen. Een belangwekkend object voor den schilder of teekenaar is de automobiel eigenlijk niet om redenen die in de slotbeschouwing nader zullen worden gegeven.

De verschillende soorten van «rijden" in dit hoofdstuk saamgebracht, hebben betrekkelijk weinig met elkaar uitstaande. Onze in velerlei opzicht zoo rijke taal kent voor het voortbewegen op den rug van een dier, in een cijtuig, waarvoor een dier is gespannen, op of in een machine, maar één woord, en ik heb hiervan gebruik gemaakt om alle vormen van voortbewegen op den beganen grond, behalve het loopen, onder een hoedje te vangen. Eén soort van rijden heb ik verzuimd te behandelen, niet zonder bedoeling. Het is de z.g. motorfiets. Ik heb nooit een kunstwerk gezien dat op dit afzichtelijk, schoon in vele gevallen nuttig, product van techniek geïnspireerd was, en dit verwondert mij allerminst

In een modern-neo-romantische novelle, Blankensee, heb ikzelf getracht geluidsindrukken van den auto aldus weer te geven:

«snorde, daverde, sleepte, rammelde, snoof de auto, bij tusschenpoozen geluiden uitstootend of men honderd kippen tegelijk den hals omdraaide.

«De wagen bleef eenigen tijd voor- en achteruit schuifelen, aanloopjes nemen, terugstruikelen, strompelen, puffend, blazend en schrapend als iemand die niet op adem kan komen, bibberend om meelij mee te hebben en barstte toen met een schorren ruk weg, sputterend en vloekend om het oponthoud, om dan weer brutaal en verwaand te kakelen toen alle getuigen van zijn stumperig doen weg waren."

Sluiten