Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

die zelf niet altijd van een tikje poenigheid is vrij te pleiten. Het is karakteristiek voor den tijd, dat het in zijn vele »Humorous Sketches" altijd de onbekwame, de dilettant-sportsman is, die geteekend wordt de Londensche kantoorklerk of handwerksman, en dat hem altijd een malheur overkomt, de geheele serie lijkt meer op een waarschuwing aan het adres van knoeiers om zich niet op het terrein van de sport te begeven dan op een aanmoediging voor den beginner en een lof der sporten. Hierin ligt echter meer van den nog niet geheel verdwenen invloed der oudere, ruwere zeden en van den moedwilligen handtastelijken spot, dan een minder vriendelijke kijk op de sport zelf. Welk een verschil overigens met de schetsen uit onze dagen van Charles Ambrose en anderen! Zij zijn waarschijnlijk zelf sportslieden, geestdriftige zelfs, zij bestudeeren de houding, de speelmethode, de eigenaardigheden van een bepaalden speler; zij kennen het spel door en door, zitten er, zooals men het noemt, geheel in, en hebben waarschijnlijk geen belangstelling, eer weerzin voor den slechten, onhandigen en ruwen speler. Zij teekenen niet gaarne voor den door onhandigheden en kleine catastrofe's vermaakten leek, maar voor den sportsman zelf, die hun impressies controleert en er zijn eigene in hoopt te herkennen.

Bij du Maurier, de Franschman van geboorte, die de teekenaar bij uitnemendheid van de Engelsche society werd, zal men het spel weer op een andere wijze geteekend zien. Hier is het meer het geheel, dat de kunstenaar ziet, het geheele gezelschap, dat bij tennissen en croquetten zich vermaakt, flirt en converseert. Den slechten, den onverschilligen of luien speler, hem die eigenlijk voor alles behalve voor het spel zelf gekomen is, treft slechts een lichte, maar half gemeende spot; de teekenaar zelf acht het spel slechts een voorwendsel om te geven wat hij wil, een tranche de vie.

Wat ons in deze prentenreeks interesseert, is toch altijd of bovenal de mensch als beoefenaar van sport en spel, zijn houding, zijn bewegingen, zijn gemoedstoestand. De machine is dus niet — behalve in het geval van de fiets, waar inderdaad de geheele sport door de veranderingen van het instrument een ander karakter kreeg — het voorwerp van onze belangstelling.

De teekening van den dans, den dans buiten, moet voor den kunstenaar wel vooral beteekenen de uitdrukking van de vroolijkheid in de uitdrukking der beweging. Zet voor vroolijkheid vervoering, en ge komt misschien den geest in de Grieksche dansvoorstellingen nader,

Sluiten