Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

II.

Kleurstof (pigment) in huid, haren en oogen.

'Albino's.

Vermeerdering, vermindering en verplaatsing van pigment.

Het doel van het pigment.

In normalen toestand wordt zoowel bij blanke als bij donkere ressen in de huid een korrelige kleurstof aangetroffen, pigment genoemd. Hoe meer van die kleurstof aanwezig is, des te donkerder is de huid. Diezelfde kleurstof bevindt zich ook in de haren en in de oogen, en wel in het regenboogvlies (den z.g. oogappel, die er blauw, grijsgroen, grijsbruin, bruin of donkerbruin bij zwart af door gekleurd wordt) en onder het netvlies, dat den oogappel van binnen békleedt.

Soms is deze kleurstof geheel afwezig; de huid is dan volkomen blank, het haar zilverwit, of geelwit, en de oogappel rood (door het doorschijnen van het bloed uit de vaten der binnenste oogvliezen); de aldus misdeelde menschen — gelukkig even zeldzaam als witte raven! — noemt men albino's; albinisme kan ook gedeeltelijk bestaan; is dit bij negers het geval, dan spreekt men van eksternegers..

Vermeerdering van pigment bij oorspronkelijk normale menschen treedt op bij. tal van huidaandoeningen, maar ook bij zwangerschap, en als verschijnsel van sommige inwendige kwalen zooals schildklierziekten, suikerziekte, slepende arsenikvergiftiging, de ziekte van Addison (welke samenhangt met een ontaarding van bet weefsel der bijllieren) en verschillende zenuwaandoeningen. Ook wordt wel eens vermindering van pigment of z.g. verschuiving waargenomen; op sommige plaatsen wordt de huid dan wit, terwijl ze daarnaast donkerder wordt.

Het pigment heeft ten doel om tegen al te sterke bestraling te beschermen; vooral de stralen van korte golflengte, de z.g. ultra-

violette stralen % blijken ons te kunnen schaden; hoe meer pigment de huid bevat, des te beter is de mensen er tegen beveiligd. Met een uviol-lamp kan men in 10 minuten een blaar doen ontstaan op de teere huid van een blondine, terwijl een neger na 45 minuten nog slechts een weinig roodhuid vertoont; tegenover het zonlicht gedraagt zich de huid van verschillend gekleurde menschen op overeenkomstige wijze.

Het pigment heeft ook een belangrijke rol te vervullen bij de wormteregeling. Zwarte voorwerpen koel en in een minder warme Omgeving veel eerder af dan licht gekleurde. In een zwart gekleurde ketel b.v. zal het water veel sneller koud worden dan in een termophoor, die dienen moet om spijzen of dranken zoolang mogelijk warm te houden en die dan ook deswege licht glanzend wordt afgeleverd.■ -Miik

Met de opname van warmte gaat het echter precies omgekeerd: hoe donkerder een voorwerp gekleurd is, des te gemakkelijker neemt het de warmte op; een stuk steenkool, dat in de sneeuw ligt, zal door het zonlicht spoedig verwarmd worden en de sneeuw in de omgeving doen smelten, terwijl sneeuw op zich zelf de warmte grootendeels terugkaatst; een theepot is van onderen zwart ten einde de hitte van het lichtje gemakkelijk te kunnen opnemen.

In verband -hiermede is hèt belangrijk genoeg, dat in de tropen de dieren in het algemeen een sterk gepigmenteerde, meestal zwarte huid hebben. De weinige uitzonderingen hebben rood of geel pigment, of zijn zoo dik bekleed met haren of vederen, dat zij de beschutting door pigment wel kunnen missen.

In de poolstreken zijn de dieren daarentegen in 't algemeen wit gekleurd; en in landen met wisselend klimaat dragen sommige dieren 's zomers een donkere en 's winters een witte vacht (bijv. de hazen in de Alpen en de vossen in Noordelijke landen).

Wie dit alles bedenkt, die zal het begrijpelijk vinden, dat een bewoner van de warme landen een donker gekleurde huid noodig

Allerlei soorten van licht- en warmtestralen.'

Pigment en

warmte-

regeling.

Do nke r g e kl eurde dieren in de tropen.

Lichtgekleurde dieren in de > poolstreken. ■%

'J Als men het witte zonlicht door een prisma laat schijnen, dan ziet men de kleuren van den regenboog (rood, oranje, geel, groen, blauw, indigo en violet); het prisma doet dan hetzelfde wat de regendruppels doen: het zonlicht wordt er door gebroken, gesplitst in zijn onderdeelen, dat zijn de stralen van verschillende golflengte; net zonlicht bevat bovendien onzichtbare stralen: •de infra-roode en de ultra-violette; aan den rooden kant van het spectrum (den regenboog) bevinden zich de warmste stralen; die aan den violetten kant hebben de krachtigste, scheikundige werking.

De zichtbare stralen, en de onzichtbare.

Sluiten