Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Een geblakerde,.

P^W^kt^-^I^ÏPSet. stil, bladstil zelfs-in de natuur, éC#jpn ÜjÉ de verstandige menschen van ouds zoö wijs geweejK^pM| buiten de zon te zoeken; tot dusver heeft dan ook, geloof ik, nog nooit één normaal-voelend dichter of proza-schrijver het gewaagd de geneugten te bezingen of te beschrijven, die er dan te midden van „het liefelijk zonlicht" te smaken zouden vallen.

Natuurlijk zijn er wel eens uitzonderingen geweest, Rousseau bijv., de mijns inziens al te zéér verheerlijkte Jean Jacques 1 Van hém is het bekend, dat hij gaarne met zijn bloote hoofd in de felle zon ging zitten; welnif, onzin heeft hij genoeg geschreven; en veel goeds heeft hij niet uitgekuurd: van zijn eigen kinderen, vijf in getal, ontdeed hij zich door ze te vorTdeling te leggen; als onderwijzer van anderman's kinderen maakte hij fiasco; als mensch miste hij elk stuur, zoodat hij tientallen malen schipbreuk leed; zijn' geheele leven was een aaneenschakeling van wulpsigheden, en desniettegenstaande dorst hij zich op ouden dag (in zijn „Confessions*') nog beklagen, dat hij in zijn jeugd niet méér geprofi-

Een beroemd geworden warhoofd.

'] Ziehier eenige staaltjes van Rousseau's wijsheid:

„Alle slechtheid is het gevolg van zwakte; het kind is ondeugend omdat het zwak is; maak het sterk en het zal goed zijn" (de krachtpatsers zouden dus de braafheid in pacht hebben!) .... „De arme heeft geen opvoeding noodig; wat hij voor zijn stand noodig heeft, wordt kern reeds door de omstandigheden verschaft"^-...-" *

„De geneeskunst is gevaarlijker voor den mensch dan alle kwalen, die ze beweert te genezen. Ik zal hij mijn pleegzoon dan ook nooit een arts roepen tenzij hij in levensgevaar verkeert, want dan kan hij hem in 't ergste geval töcTTslechts dooden"....

„Alle talen zijn kunstproducten. Langen tijd heeft men gezocht naar een natuurlijke taal, die alle menschen gemeen zou zijn. Ongetwijfeld bestaat deze; het is de taal, dje dé kinderen gebruiken, vóór ze spreken kunnen. Deze taal is niet gearticuleerd, maar toch geaccentueerd, klankvol en gemakkelijk te verstaan. Het gebruik van de onze heeft ze ons doen verwaarloozen, zoodat wij haar bijna geheel vergeten zijn. Laten wij de kinderen bestudeeren, dan zullen wij ze spoedig weer geleerd hebben. De voedsters zijn onze meesteressen; zij hooren alles wat de zuigelingen baar zeggen; zij beantwoorden hen en voeren gesprekken met hen, die zeer goed samenhangen; hoewel zij daarbij woorden uitspreken, zonder eenig nut; het is niet de zin der woorden, die tot de kinderen doordringt, maar wel de toon, waarop zij worden uitgesproken! Op welken „toon" men al deze woorden uitspreekt, „zin" zal men er vergeefs in zoeken; denkt er maar eens over na, geachte lezers: de zuigelingentaal is gemakkelijk te verstaan; de voedsters kennen haar, zij- voeren daarin

teérd ba^ah zi^'^^-^o^ili^^p^j'd' it^ft':uïe^|fefS^^^a H^reven zijn hooggeroemd werk „Emile'' door tè^^^tóS»* oorspronkelijke, 'p^L^^k-"wel/if^iar enkele goede gedacln%y ï|É|naar dezé'had >ij aan Plato, l&itarchus, Augustinus ejj£Sï| ^plnieuweren ontleend (zijn hygiënische opvattingen had hij bijv/ van Dr. Dallestert overgenoajiln); verder stuitte ^k op de grootste dwaasheden; in de noot1] zal ik er eenige ten beste geven ik wed, dat de moderne zonaanbidders(sters) voor zoover ze nog voor rede vatbaar zijn, er snel door bekeerd zullen worden; in plaats van hunne hersenen nog langer moedwillig te laten „smoren én schroeien", zooals Rousseau het klaarblijkelijk met jammerlijk succes gedaan heeft, zullen zij ze in het vervolg zorgvuldig be„hoed"en.

K§fcgngelsch-Indië vindt men dweepzuchtigen, die zich aan allerlei kwellingen blootstellen in plaats van hun liehaam behoorlijk „als een Tempel des Heeren" te verzorgen, en de daarin neergelegde energie nuttig aan te w$&den ten bate der g^oeenschap; één van -de vele martelingen, die deze abnormalen zichzelf-aandoen, bestaat hierin, dat ze blootshoofds in de brandende zon gaan zitten; maar zóó verdwaasd zijn deze beklagenswaardige menschen nog niet of ze begrijpen ten minste nog dat het schadelijk is; als het nuttig

zelfs gesprekken met de kindertjes I — en toch hebben wij die taal bijna geheel vergeten! Mij dunkt, dat Rousseau het spraakvermogen, de taalkennis en het begripsvermogen van'de pasgeborenen maximaal overschatte. Zijn vermaardheid heeft deze man voor een goed deel te danken aan de propaganda, die voot- hem gemaakt wordt door hen, die van gelijkheid droomen; deze lieden zijn hem nog altijd dankbaar voor zijn onpractische „Discours sur I'lnégalité"; hij schreef daarin: -„De eerste, die een stuk grond het zijne noemde, en menschen aantrof, die eenvoudig genoeg waren om dit te ge: looven, was de grondvester van de burgerlijke maatschappij. Wat een misdaden, oorlogen, doodslagen, wat een ellende en afgrijselijkheden zou hij het ^^mènschdom bespaard hebben, die de omheining had vernietigd en de sloten had volgegooid, en zijn evenmenschen had toegeroepen: luistert niet naar dezen bedrieger; als gij vergeet, dat de voortbrengselen aan allen toebehooren en dat de aarde aan niemand toebehoort, dan zflt gij verloren".

-Deze ontboezeming van Rousseau herinnert me aan den af keer, die een al te békrompene van appelen had; want — zoo redeneerde deze — als er geen appelboomen ware geweest, dan zou Eva niet verleid zijn geworden, en dan leefden we ook nü nog in een wereld zonder zonden.

Is het niet al te mal, dat zulk een warhoofd zelfs nü nog onder de „grooten" wordt gerangschikt ? Welnu, deze man ging voor zijn plezier blootshoofds in de zon zitten. Voor verstandige menschen reden genoeg hém ook ten deze niet na te volgen.

Dweepers." *§

Sluiten