Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

B^^^^^^was.' die laat zich daardoor echter niet zoo licht overduvelén;

Hpr^^ê^terder afschrikken I Want het was er een bende i Demosthenes, de;

groote redenaar, zei eens in "èèn van zijn pleidooien zonder te $ blikken of te blozen:' .Immers mijne Heeren, voor onsgtójt ; hebben wij de hétaeren tot onzen dienst, voor de dagelijksche behoeften van ons lichaam onze maitrësses; doch onze vrouwen hebben wij om ons wettige kinderen uit haar te verwekken en om tevens eene vertrouwde zorg voor ons te bezitten". «Hftji Leidt hier niet uit af, geachte .lezers, dat deze viespoezen, voor hun „wettige" kinderen zoo héél veel gevoelden; een oude

ÜI'^l^Éè-'' landswet kende hun het recht toe he^pasgeboren kind eenvoudigweg te verstooten; en vooral met de meisjes geschiedde zulks maar al te vaak; zij werden dan te vondeling gelegd, 'en, als ze niet bijtijds stierven, meestal door hunne „pleegouders" tot lichtekooien opgeleid. '^. H&ty

fiet ergste l Nóg erger was het, - dat die ons telkens weer ten voorbeeld

gestelde „Oude Grieken" voor een groot deel.uiterst pervers waren; wie er meer van weten wil, die leze de Nederlandsche vertaling van „Xenophon, Herinneringen aan Socrates"; over het meest weerzinwekkende wordt daarin gespr^pl als over koetjes en kalfjes. Het merkwaardigste is, dat Socrates èèrst voor dergelijken .vergiftigen'' omgang waarschuwde (blz. 23) en dat hij er later ~ ztjdeühgs^zijn gdedkeuring aan hechtte (blz. 33). O zeker, 't waren

Ouders, past op viespoezenl Met wéérzin vestig ik hierop de aandacht; maar toch

uw kinderen. js net. noodig! Alle Teders en moeders dienen te weten, waar het ook bij óns — met een beroep op het voorbeeld dezer .0 zoo hoog staande" knapenschenners — op uit dreigt te draaien, ik

MK'; fantaseer niet; bet lóópt reeds dien kant uit; wie oogen heeft om

te zien en ooren heeft om te hooren, die gebruike ze! Dan zat, hij ontstellen van de rotheide welke zich in sommige kringen ' begint te openbaren, schaamteloos begint te openbaren. Er wordt zelfs kostelooze propaganda-lectuur verspreid door menschen, die durven verlangen, dat de bestaande, tegen deze rotheid gerichte wetsartikelen ten hunnen gerieve zullen worden gewijzigd! Deze abnormalen zijn er zelfs in geslaagd voor dit doel de (aan het slot van hun "boekje afgedrukte) handteekeningen te verwerven

Zoogenaamde van tal van „intellectueelen" en „vooruitstrevenden", voor wie ik

voorultstre- slechts één excuus weet, n.1. dat zij wellicht niet begrepen hebben,

yenden!- waar het 0m te doen is. 'M M

Maar al zouden wij dit allerergste buiten beschouwing laten,

ilan?is-et nog reden ^Sa^g om aï daCgédweep' toeT^èi^eksche^ kuituur op te vatten ais een veeg teeken des tijds; waartoe het Smrlcan, blijkt het best uit een brochure die geschreven werd door den student C. L. Torley Duwel („Plane vir! Wat de jeugd yah hare leiders verwachten mag" 1909). pjjfe/'r-^

Dit jonge mensch verwacht van de wettenmakers, datzij, „hun aandacht zullen houden bij de herleving van het i&ttjglvan het lichaam (!) en dat zij deze neiging, die nadeel Europa I 1 I omvat, niet zullen laten tot een ongebreidelde liefhebberij, maar dat zij zich deze gelukkige stroom ing ten nutte zuilen maken " - .

lÉtlirr- „Met weerzin — schrijft hij verder — wenden wij ons af van een godsdienst, die het lichaam zou verfoeien, het - • kruisigen en zijn geluk zoeken in het ontzettende labyrinth van het gemoedsleven. Wij huiveren als wij de lijdende gestalten zien van heiligen en martelajen; wij spotten als wij onze medernenschen even gebogen, even mismoedig, troosteloos, wanhopig door de straten zien wandelen". P%ï overeenstemming met deze averechtsche denkbeelden om-

trent het werkeiijtie unnsienaom- ueucun ut jmgu^v SvU.r». het ten zeerste, dat .men de Goden van den Olympus heeft verjaagd", want zijns inziens is ".met hen het blijde leven heen gegaan". - ' _Kan het Christendom — zoo vervolgt hij —. kan het

" Katholicisme zich toonen in het volle'zonnelicht der levensvreugde, kan het er toe besluiten ook de aarde als oord van geluk te proclameeren en dat de mensch gelijk kan zijn aan de onsterfelijken, kan zij haar suikerwater voor slaven veranderen in Nectar voor heerschers(\) . . zoo ja dan zullen haar tempels niet ledig blijven als heden ten dage, dan zullen ze gevuld worden met krachtige scharen, dair'zullen schoone jongelingen, schoone maagden, schoone grijsaards eerbiedig de godheid naderen en het leven zal hun een g^V'heilig feest zijn".

Mochten daarentegen, „de priesters" niet bereid zijn om „het ideaal van het lichaam te helpen herleven", dan is de heer Torley Duwel van plan zoo krachtig mogelijk tegen hen op te treden, zooals blijkt uit den volgenden poespas: „Kunt gij dat alles niet, ik zweer u bij den Kronjde Zeus, dat uw •heerschappij ten einde is! Dan zullen wij ons zelf leeren, Plflr-op de renbaan en in de worstelperken, hoe het leven te

Een allernraist; boekje. %Wm

„Culte du corps?

Een onredelijke vijand van het Christendom. m

Zie blz. 18.

Borrelpraat is er mooi bijt

Sluiten