Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

v erKeerue raaugevers.

Deskundigen bij

uitstek.

Één merkwaar¬

dig onderzoek.

band met deze kwestielrhet zeker belangrijk genoeg te vernemen, • dat zelfs „'de oude Grieken" -reeds wisten, dat de athleten sl<cMgW soldaten waren (doordat het hun aan uithoudingsvermogen ontbrak); Tyrtaeus — „de manke schoolmeester" en dichter, die door dé Atheners naar hunne toenmalige bo^Njgenooten, de Spartanen " gezonden was om hen met zijri liederen aan te vuren — Tyrtaeus was hiervan zelfs zóó doordrongen, dat hij het noodig vond er. jif één van die liederen de aandacht op te vestigen. En thans, nu er in den oorlog vèèl meer van de soldaten gevergd wordt dan vroeger ooit het geval was, thans bestaat ér nog mèèr reden om met al die ervaringen rekening te houden; autoriteiten, die in tijd van nood over een weerbaar leger te beschikken willen hebben, moeten? derhalve zorg dragen, dat de jeugd niet uitgeput wordt, dat zeniet verdrinkt vóór ze water heeft gezietf; die "autoriteiten moeten dan ook niet luisteren naar de raadgevingen van menschen, die zich, zooals het wordt uitgedrukt: „voor de spórt interesseeren", liever moeten zij in de leer gaan bij de paardefokkers. Deze lieden weten het veel beter; nóóit beulen, zij hunne dieren af; ze zijn er vèèl tè zuinig op~l Uit den tijd, toen ik nog als officier van gezondheid diende, éérst bij „de gele rijders1; en later bij het Remonte-depót te Milligen, weet ik héél goed, dat in het leger met het dierlijk materiaal voorzichtig wordt omgesprongen;, ik hoor het den foenmaligen chef van het depót, den paarden*/" kenner-bij-uitstek, ritmeester v. Reijgersberg VersluySj nóg zeggen: „als je ze te vèèl laat doen, dan krijgen ze 't aan 't hart: dat is allang bij vele renpaarden gebleken; dan rij je ze gauw in de . soep" („In de soep" wil zeggen: dan komen ze bij den paardenslachter terecht.) $^8$ W*W.

Maar nog op een andere manier werd ik inmiddels in 't gelijk gesteld — op een .hèèl merkwaardige manier! Twee Groninger hoogleeraretóflrleymans en ^||efsma) hebben eenige jaren geleden

ggvfiaiBuiBK- geruxi jniei auccu aiuutmcu, m<u>i ............ - ,

wa* gij tot sianl^tan/averdag lichamelijk afgebeuld — en dat gebeurt r^ÈM» zijn zij des

brengt i namiddags en 's avonds met u> staat om voor nïnwu tc wsi «.«=», ^

Aa keet» iran htm tpvpn. riten zit zouden moeten eebniikéïTotn wat te

SÈavëanf ' .wórden, voor hen verloren!

uonsuies: LM ic" 5c,u,s' — .52^3

■M^fc&BMaHË'- Schuld fnisluktl

„Das ist der Fluch der bösen Tat, dass sie tonwanrena uoses m u»a 8c

aan^onderden^menschen een kaart met allerlei vragen gestuurdmet het verzoek uit hun omgeving één persoon te willen kiezen en dan al zijn eigenschappen (zooals die in de vérSChUlende vragen waren omschreven) te willen mededeelen. Toen al deze - tfi* ^| (geheel onafhankelijk van elkaar opgestelde) gegevens bij elkaar werden gevoegd, bleek het, dat van bijna alle jongelieden, die É&Sörtbeoefenaars' waren opgegeven, tevens vermeld stond dat ze „koudkleumers" waren. In „het Kind" is toen door Dr. Gun- '2&föm hing, den' bekenden lector in de paedagogiek, geraagd of de jgg^| medici wellicht in staat waren zulks te verklaren, en ik heb daar H toen o.m. op geantwoord, dat jonge lieden, die te vèèl van hun lichaamskrachten vergèn, vroeg oud worden; welnu, oude men-. J||| schen kruipen gaarne bij den haard of wel ze nemen een stoof: hoe ouder een mensch wordt, des te warmer kleedt hij zich, des te meer dekens heeft hij .'s nachts noodig om op temperatuur te blijven; ja vele oudjes gaan zelfs met een kruik te bed.

Sluiten