Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

P In 1907 heeft een oogarts uit Dresden, Frits Schans, op de „Naturforscherversammlung"de meening verkondigd, dat de veranderingen van de kristallens van het oog, die tot Rxesbyopie (ouderdoms-veM ziendheid) en soms tot cataract aanleiding geven, berusten op de langdurige ifpferking van de chemische stralen.

In een onlangs verschenen boek („die Lichtreactiotfder Eiweisskörper)" isNhij op dit onderwerp teruggekomen; dooreen reeks van onderzoekingen heeft hij vastgesteld, dat niet alleen de eiwitlichamën^ van de ooglens, maar ook andere eiWitlichamen door het licht —mm wel het meest door de ultra-violette stralen — zéér ongewenschte^

[ veranderingen kunnen ondergaan; voor iedereen alweer een reden| te meer om óók zijn oogen te be„hoed"en, en voor onze oogartsen'

; 'reden genoeg om zich met deie lichtkwestie vèèl meer te bemoeien dah ze tot dusver gedaan hebben; als Goethe nog eens terug kwam, dan zou hij het hem toegeschreven gezegde: „Mehr Licht!" onge-.

itwijfeld vervangen door den wensch: „Weniger Licht! Viel weniger Licht! Sonst bekommt Ihr schlechte Augen, alte Augen lange bevor. Ihr alt geworden sèid".

In dit verDana meen ik ter iuup&, uc """»"» inm &— op de lensverduistering — cataract — die zoo vaak optreedt bij glasblazers; 't is te hopen, dat'de, lichtbeperking, die ons doorden kolennood werd opgedrongen, Voorgoed tot matigheid op dit gebied zal nopen. ']

Brandstof- 'en lichtverspilling!

r,Waar Licht is, te vreugde". ■

i] Het schijnt, dat er in Amsterdam genoeg brandstof is voor dèjactriscnëv Centrale! Immers in tal van café's - vooral in de^z.g. ^bscuff^mm^ de bezoekers zich „baden in een oceaan van licht"! Ook werd mij her-^ haaldelijk verzekerd, dat- de menschen, die electrisch licht laten aanleggen, door de ambtenaren worden aangespoord om lampjes te nemen van groote lichtsterkte! Vooral bij de Israëlieten valt deze slechte en dure^W^ goede aarde; dat komt omdat zij meerendeels het schoone woord uit den Talmud „Waar Licht is, is vreugde" („Licht" beteekent: Goddelijk licht) letterlijk - ik zou haast zeggen: Westersch - opvatten („het 0ost«tt^| dert, het'Westen fotografeert"). ■* Drie lampjes ter sterkte van honderd en zelfs van twee honderdkaarsen, worden ftt die kringen „heet gewoon" gevonden; op Vrijdag-avond worden zelfs öök nog de plafond- en schoorsteenlampen ontstoken!

Tot mijn leedwezen moet ik hierbij voegen, dat ik het met mijn goed gemotiveerde waarschuwingen tot dusver bijna altijd heb afgelegd tegenhej»?£ kindsbeen af ingeprente bijgeloof, hetwelk in de huidige mode zoo'n krachtfgen steun heeft gevonden. Missiën zal dat veranderen zoodra de oogendokters m$ beginnen te helpen. Zij hebben er alle reden voor!

'jledereen wefijtdat een aardappel, die in een kelder uitloopt,; witte

Jmadjes vormt zonder groene kleurstof tj.chlorophyl"); óók is het

waar, dat kinderen, die in het half-duister opgroeien, er bleek uitzien, doordat hun. bloed te weinig kleurstof („haemoglobine") bevat. Tegenwoordig beweert men zelfs, dat die beide kleurstoffen groote overeenkomst met elkaar vertoonen, en een paar handige industrieëlen hebben reeds gemeend hiervan partij te kunnen trekken door „bloedvormende plantenkleurstof" („chlorosan") aan den alte liChtgeloovigen man te brengen! Hoe het zij, verkéérd is het, hieruit af leiden, dat het voor het bloed „zoo nuttig" zou zijn om in de zon te gaan zitten of liggen. •'

Ieder jaar kan men aan de kastanjeboomen op het Weesperplein te Amsterdam het volgende waarnemen: de boomen aan de Zuid* en Zuidwestzijde, die- het meest van de zon profiteeren, zijn iets vroeger in blad en in bloei en veel eerder bruin en dor dan de andere! En als een kind een ah te zonnigen zomer aan het strand heeft doorgebracht, dan komt het weliswaar bruin, geelbruin of geel terug, maar dan zeggen na een dag of acht, als het huidpigment groo* tendeels. verdwenen is, alle tantes: „de zee heeft 'm van 't jaar niet zooveel goed gedaan als ik wel verwacht had".

Het is volkomen waar, dat iedereen aan het strand de eersterdagen rood wordt; maar dat mag niet aan vermeerdering van bloedkleurstof worden toegeschreven; dit bewijst slechts, dat de huid.... ontstoken is (bij ontsteking zijn de bloedvaten uitgezet); de huid verweert zich dan tegen het al te felle zonlicht (zie blz. 26), tegen de

SNp^viQlette stralen; deze worden het best tegengehouden door het: huidpiglfÉnt, maar zoolang dit nog niet in voldoende hoeveelheid

fxaapwHtefa behelpt de natuur zich met het bloed, dat dan als „een rood gordijn" functioneert.

H Ook op dit gebied hebben we dus al weer reden genoeg om voorzichtig te wezen," te meer als we bedenken: lo. dat de zon-

vhige zomers voor aen landbouwer en den vruchtenkweeker lang niet de voordeeligste zomers zijn en 2o. dat het diffuse zon-

r licht voldoende kracht bezit om allerlei groenten en vruchten ©p tijd tot rijpheid te brengen. In verband hiermede verzoek ik de

■ zonaanbidders eens een kijkje te gaan nemen in het Hortusplantsoen te Amsterdam; de groote broeikas (staande bij de Muider-

1 gracht), die nog wel bestemd is voor de tropische gewassen,

m wordt 's zomers met rieten gordijnen bedekt, om het felle zonlicht . ... af te weren; en zij zeiven meenen het buiten een

Gevaar voor het

Bedriegelijfte roodheid. V

u/io r>n urn

fttnaeti verstaal

diglijk iet, ar* zal het goedfl

Sluiten