Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

heerhuizen, heerschappij blijft overend. En eer de vlam ineen-zijgt; zinken zij die z' aanbliezen op 't uitgemergeld veld weer neer, en weder strijkt over hun ziel wind van berusting met zijn loome wiek, gansch volgezogen aan den zwaren kelk der purper-bedwelmende bloem geloof. — O machteloosheid van het enkele getal! Wat baat hun sterreveelheid, menigvoud hunner verdrukkers, zoo gij, makkers, niet hun slingerende gangen richtend leidt, en saambindt hun onsamenhangend woest verzet tot snoer van daden, sterk en dicht aaneengerijd, dat heerschappij omknelt?

De troepen van 't bevleugeld intellekt

die droegen in uw donker levenshol

de lamp van wete' en schoonheidstoovergloed,

ziet: al hun luisterrijke woorden gaan

— als 't vlokje zeeschuim, in veelkleur'gen glans

trillend op 't gele zand een oogwenk, dan

verwaaid, — verloren. Al hun diepe duiding

van yrijheids wezen, 't overstelpend lied van

hunk'ren naar haar — ach, niet meer dan de schaduw

van gang naderen zij tot Vrijheids rijk,

als niet de vlucht'ge uitstraling van dien geest,

in u, makkers, wint lichaam, en geheel

doordringend uwe drommen, zwaar en log,

z'omsmelt tot and're, van zijn kracht doorgloord,

gelijk vuurgloed in ziedend ijzer stort

zijn kracht, en, vluchtige zich huwend aan

zware materie, die hérschept tot 't wit

gefonkel van het daden-reë staal

STEM UIT HET KOOR. (Een man treedt naar voren.) Uw woorden, makker, zijn gelijk een wolk

Sluiten