Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

[Hij stond in de branding dier felle dagen toen onpeilb're verlangens plotseling opklotsten in de lang-verstijfde harten en leven aanbruiste, een hooge zee. Hij zag spanningen zich spitsen als bogen, zag alle krachten-des-levens onstuimig toeijle' op vreeselijken sprong, en hij werd meegesleept in 't grond'loos nederstorten tóen alle uitzichten, elke hoop-des-levens ondergingen in stroomen bloeds, toen niets tiS&é** zoo het scheen, bleef dan blinde wanhoop over. Maar korte nacht van raadloosheid en wanhoop verwon die roode zonne: dorst naar wraak.] En nu, dat Radom van die wilde dagen PfSP verhale, van het donkere verraad, fT**.^ en dén ondergang der weerlooze scharen. Hij boodschappe u, wat uw makkers-ir^nood van uwen broederlijken zin verwachten. Dat zijn woord valle in uw harten als zaad in kruimige aarde: immers ploegschaar van ons eigen leed, maakte 't gemoed bereid zaad te doen kiemen, dat rijpt uit de voren van der makkers verderf en droeven dood. STEM UIT HET KOOR.

Laat hem spreken, den makker, uit bloedige stad door makkers gezonden;

wij groeten met schromen hem die deel had aan dien dag van bloed en wonden. Laat hem verhalen van den moord en van het rouwen,

van toorn die uitspreidt als een looden wolk

over de stad haar vlag;

wij zien opschemeren door zijn woord

de smeekende vrouwen

De Opstandelingen. 2

Sluiten