Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

en het weerloos goedgeloovig volk als het trok in den klaren dag.

Wij zien het bloed als een donkere vacht opsomberen uit zijn woorden ; f: en het smartgekreun der deerlijk-gewonden wringt ons het hart;

wij hoore' in zijn stem de stervensklacht van duizend vermoorden, en haa^t tegen wie in den dood hen zonden brandt in ons hart.

Donk're ontroeringen

onze oogen verduisteren....

O makker gekomen van de roode vervoeringen,

spreek: wij' luisteren.

RADOM.

Groet van levenden, maning van de dooden

breng ik. En groet en maning vloeien tot

een stroom ineen, die naar u heendringt, makkers,

zich te werpen aan uw hoogdeinend hart.

Bij u alleen is heeling, want bij ,u

is hoop van strijd, en welke and're heeling,

vindt onze smart ooit, dan door hel strijdleven,

opslaand uit donkergrauwen asch des doods?....

O kameraden, welk een dag van bloed! Afgrondgelijk splijtend ons leven in wat was daarvóór, en 't laat're. Schemerig verwaast het oude, een halfvergeten droom, waar hij uit opduikt, dag gedoopt in licht schril-dreigend, als vooraf gaat 't booze weer. Duizend maal duizend malen zinkt het hart weer in dien afgrond, in die zee van bloed....

Sluiten