Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Alles wordt zwart. ... O machteloosheid ! bitt're, bitt're, alsem-bitt're machteloosheid.

MARIA.

Mijn lieve broeder, voer tot ons uw zinnen terug; uw makkers, uw genooten wachten, hunk'rend te weten hoe het is geschied. * Verhaal ons alles: wij verlangen zoo uw smart te domp'len in het heelend bad van ons meetreuren. . . . Onze harten buigen over naar één te worden met uw hart. . . .

RADOM.

Lieve genoote, dank: uw woord is balsem. — Laat ik nu goed denken hoe alles was, en niets vergeten, dat gij door mijn woorden, dien dag ziet op- en bloedrood ondergaan. . . Een flauwe winterzon, een strakke hemel. . . De stoeten komen saam in bleeken morgen uit verre wijken van de groote stad, want het was de dag, tot den gang bestemd, die wenden zou van zwart naar licht hun leven. Zij gingen als het kind tot moeder gaat, getroost te worden, tot den witten tzaar. in 't hart vertrouwe', in handen 't heilig beeld. Gapone voert aan hun zingende scharen: bloothoofdsche mannen, vrouwe' in bont gewaad; en als lammetjes naast de kudde, speels omdart'len 't sjokken van de moederdieren huppel'n veel kindertjes lichtvoetig mee. — O steenen harten, die dat net hebt uitgespreid en inhaaldet met éénen slag heel deze reuzenvangst van dood en wonden: weest vervloekt. En gij and're harten, gansch verwrongen, en in u gestampt tot gruis

Sluiten