Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

natuurlijk neigen: gij onze eigen zonen die bevangen in zinloos wanen, schoot. Soldaten! O hun bleeke doodsgezichten staren u aan, verwijtend, in de nacht. ...

MARIA.

Broeder! spreek door: laat niet uw zin omdonk'ren de droomenfloersen van den bloed'gen dag. . . .

RADOM. . . i

Zij hadden opgesteld levende hagen,

aan alle overgangen naar *t hart der stad,

en onze scharen moesten daar voorbij.

Vreemd was dat opschuive, als van reuzenslang,

zijn zingende windingen langzaam schuivend

aan op die blinkende soldatenhaag.

Zie Hete' ons tot hen nad'ren zoo dicht bij

dat wij d'adem om de neusgaten hunner

paarden zagen zich verdichten, een damp. •

Toen maakte' onze eerste rijen aarz'lend halt,

en ieders hart stond stil in die sekonden

dat een wiekslag aanruischte door de lucht:

de wiekslag van het antwoord op die vraag,

die ééne vraag, uitblusschend alle and're

als zon de sterren uitbluscht: leve' of dood....

Voor velen was het dood, voor wein'gen leven.

STEM UIT HET KOOR.

O wee om d'arme makkers wreed vermoord.

RADOM. |8g|

Een schot knalde: signaalschot. En kommando's

scheurden de lucht. De steenen mannen gleden

tot leven; als door tooverij gewekt

schokten hun leden in gelijk bewegen.

En weer schreeuwde uit een aarzellooze stem

bevelwoord. . . . 't flikkert uit de donk're hagen

Sluiten