Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Makkers, wij hebben verre tocht gemaakt u t'achterhalen. ..... Diepgewortelde

steuns'len-des-levens, wier kruine' ons omhuifden met plechtig ruischen, ontgraven aan 't hart. En nu zijn w'aan uw zij, broeders, gekomen; den weg der vrouw gekomen, die langs weerlichtsnelle aanschouwing en voorbehoud'looze omkeer gaat van het hart. En brengen onze gave.

Wanneer het is gereed te zijn, te dragen 't beeld van de broederlijke maatschappij, in ons, duiz'lend van zorg en teeder hopen, gelijk wij 't onder 't hart onze eerst'ling doen, — en klein t'achten, als heldenmoeder 't vlagen van barenspijn, al wat vijanden doen zoo maar, het heerlijk zaad groei en gedij dat in oneindig heil eens uit zal loopen, — wanneer het is gereed te zijn, te staan verlangend, met sidd'rende schroom te reiken naar offerdaden, of men zich vermeet — en glimlachend den dood niet uit te wijken die dempt de kloof tusschen dagen die gaan somb're, en 't nieuw geslacht van vreugderijken dat opkomt, dan, makkers, zijn wij gereed. EEN STEM. Luistert.

EEN ANDERE STEM.

Verheugt U.

EEN DERDE STEM.

Verheugt U.

EEN VIERDE STEM. c ' ,

behept moed.

De vrouw, die lang verre bleef, zij is gekomen.

Onze moeders staan met ons in éénen gloed.

Onze zusters droomen met ons eend're droomen.

Sluiten