Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Onze bruiden gaan met ons ten lichten dood. O vreugde, oneindig-groot.

WISSELENDE STEMMEN. De vrouw, de zachtsterke,

tot den dood beminnende, de getrouwe van werken,

diepstil zich bezinnende, de heldhaftig-strijdende

als' liefdes hand wijst, de willig-alles-lijdende

wat liefde eischt, — srV&ï' de vrouw, met toeë oogen

weifelloos-wetende, de uit diep oervermogen

stout zich vermetende; de in lichtglans zwevende

van liefde's verschiet; de zelve licht-gevende

in 't harte-gebied, —

zij sterkt met haar kracht nu de som onzer krachten; zij voegt bij hun ruiker een dieprijke kleur, een volklinkende toon in het koor der gedachten, aan leven en sterven een kruidige vrijheidsgeur.

Haalt in nu de wimpel van twijfel, de grauwe, hijscht in top held're vanen van zekerheid: de vrouw is gekomen ons tot een blauwe koest ring van weldoende aanwezigheid.

CHRYSTALOFF (zich wendend tot de jongelingen en

meisjes van het koor.) Jong'lingen, op wier wang het dons van droomen gespreid ligt als op bloemen morgendauw, nog ongerept door 't fel geschroei van haat en de beet van den wreeden wind ellende —

De Opstandelingen. 4

Sluiten