Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

en jonge meisjes, zuivere, gezonde,

door wier schroom als een licht door nevel breekt

de witte gloed van uw vlammende liefde :

wat ziet ge mij met juichende oogen aan

nu tot u nadert het plechtig getuigen! —

Ik zal' u kinderen, geen vragen vragen,

uw wezen ligt met zulk een glans bespreid,'

die luider schalt dan duizende trompetten.

Ik zie u naar festijnen van gevaren

.hunk'ren en naar den schoonen heldendood.

Uw vaders en uw moeders, onder liefde

buigend, gelijk een tak onder zijn vrucht,

uw zachte zusters, en peinzende broers

wakend in teeder zwijgen over u,

zij wijden u nu, zoo het moet, ten doode;

zij off'ren nu zoo 't moet, hun liefste zeiven

herrijzend in <iw morgenklare jeugd.

Ik wil een weten winden tot een krans,

een bloeiende, om uwe doorzicht'ge slapen :

hoort dan en trekt daarmee versierd ten strijd.

De kleine uitkomst die komt, dunkend ons groot,

brengt niet zijn' einde en put zijn doel niet uit.

De menschheid wordt, zooals een bloem, een vrucht,

een ster wordt, — maar de weg tot haar ontluiken,

haar, wording tot rijper stralender staat,

versperren telkens de verstarde klompen

van t eensgeword'ne, zich oprichtend tegen

het stroomend worden gelijk brokken rots.

Wij zijn de menschheidsstroom, 't stroomende in haar;

wij zijn de kracht, die Torsen splijt. Milliarden

van waterdruppels zijn wij, brijzelend

tegen de rots.

Brijz'lend verspatten wij, een baan te breken, wij breken een baan, opdat menschheid stroome, stroome vrij-uit naar het rijpen en stralen,

Sluiten