Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Oud, in zwoegen en zorgen vergrijsd menschehoofd . dat hebt in broederschaps zegen geloofd, wij neigen eerbiedig, wij brengen u groet, half blij is, half droef over u ons gemoed. Droef over dit leven, dat lang voortkroop grauw-eentonig in doffe wanhoop; en droef omdat eerst daagde morgenrood toen het vergleed in de rust van den dood; blijde, dat nog met helder gestraal dood opging over dit leven vaal.

STEM UIT HET KOOR.

Begraaft onder bloemen zijn wonden

bedekt zijn dor leven met vruchtbaren dood:

laat droefheid om hem stil uitmonden

in weemoeds doorzichtigen schoot.

In weemoeds zilveren stroomen laat vervlieten uw donkere tranen laat haar parelkleurige banen, het zwart uwer droefheid omzoomen.]

EEN STEM UIT HET KOOR.

Wie was hij ? Ontvouw ons zijn wezen

van de oorsprongen diep in den tijd

tot den dag dat hij is opgerezen

met om hem, de helderheid

van den dood.

Langs de steile banen zijner dagen leidt ons omhoog naar het uur dat in zegelanen hij viel en verdween voor het oog.

Laat maag of makker, laat vriend of vrouw zeggen wat hij is geweest,

dat zijn beeld vuile een nis in het groote gebouw van den geest.

Sluiten