Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

die wij soms voorvoelen, als in 't morgenkoele mijmering tot ons inkeert: ^ *y uit haar ademhaalde, in haar wezen straalde wat ons hart het vurigst begeert.

De makkers hoorden door haar klare woorden hun doffen drang helder opstaan, en als twist opsiste in ons midden, suste zij hem ras met zacht gemaan.

Wanneer strijdgevaren aanrolden hun baren en de moed der dappersten zonk, was het niet haar lach, die, een zegevlag, over duistere zeeën uitblonk?

Ja als uit een nap dronken wij broederschap uit haar broederschapsdronkenen zin: „Kameraad," zei'ze eenmaal, „is van menschetaal 't einde, van engelentong het begin." V

In haar hel oog aldoor, kaatste het lichtend spoor dat wij trekken door worst'ling en nood naar de kusten der vrijheid waar in zon van blijheid verbleekt zelfs de schim van den dood.

„O geliefde,*' sprak zij, oplachend naar mij

met dien lach, stilglanzend door tranen,

„dan wordt liefde eerst rein, als wij gansch kunnen zijn

van elkaar onder Vrijheids vanen,"

Nu ligt ze geveld door vijandig geweld onze warme, goudkleurige ree,

en er is geen kind, die haar beeld niet weervindt in gedachten van vroomheid en vree

De Opstandelingen. 5

Sluiten