Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Maar o zusters, hoe kan ik u spreken van haar, en verhalen wat zij is geweest, onze zielen lagen gedoke' aan elkaar als duive', en mijn hart is verweesd.

EEN STEM UIT HET KOOR. Wuift over haar met zeegnende handen, omkranst haar met bloemen die niet verwelken, omkranst met herinnerings groene guirlanden van haar daden elke.

PETROFF (treedt naar de baar en ziet naar de doode met

vaderlijke zachtheid). Zuiv're ziel, wier vleugelslag heeft doorbroken wet die d'uwen doemt onrecht te begaan, tusschen ons zijt gij als een bloem ontloken; in ons hart zal uw geur niet weer vergaan.

Gij hebt niet getreurd om den glans daarboven, gij hebt niets ontbeerd, 'k weet het, van de prachtweelde waarin ginds de lichamen stoven en ondergaan de zielen. Ons hart lacht

van vreugde om u, die hebt veilig geborgen 't jong-kloppend hart aan onzen breeden schoot: o beter hier uw kort-glanzende morgen dan >onder he* 't lot van langzamen dood,

en verstarring dat u, dochterke, wachtte, bij die harten van steen. Tranen zijn mild vloeiend om haar, om 't gemis van haar zachte nabijheid, — want haar verlange' is gestild.

Verlangen vóór 't sterven te zien den schoonen, den bhjen daagraad, kind van veel geween; en in ons hart,- bij onze liefste zonen straalt ge nu eeuwig, als in ring een steen.

Sluiten