Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

EEN STEM UIT HET KOOR. [Wuift over haar met zeegnende handen, omkranst haar met bloemen die niet vergaan, omkranst met herinnerings groene guirlanden al haar levensblaan.]

Laat de heug'nis van haar stralende vrede geneze in uw hart de wond van leed, wekken door uw bloed en uw ziel en uw leden dorst daden te doen als haar handen deden, wil te worden, als zij is geweest.

(Z$ bestrooien de doode met bloemen en treden terug. Een gebogen vrouwengestalte treedt naar de baar toe.)

EEN STEM UIT HET KOOR. Weent om bloesem, die storm afrukte, weent om onrijp geknakte halm!

EEN ANDERE STEM.

Zingt over hem, zingt in bedrukte

maten den doodengalm.

DE MOEDER (komt wank elend naar voren tot aan de baar).

Wat valt er van hem te verhalen,

wat heeft hij gedaan en gewrocht?

O Dood, gij hebt op te schrale jufSgi

akkers een oogst gezocht.

Nu zullen niet wassen uw krachten met de taak, die ze wekt en verslindt, nu zullen de weeke gedachten in uw kleine schedel, mijn kind,

nimmer stollen tot manlijke klaarheid in den smeltkroes van onzen strijd. Nooit zal onze levenswaarheid stralen door zijn bewustheid;

Sluiten