Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

stuurden mij met deze opdracht tot u. Zij zijn 't hondenleven beu, en beu der meerd'ren gesar. Slecht eten, en dat nog te min, als dek vervuilde lompen, zware dienst bij dag en nacht, van lange wachten, staande in wind, in regen, in brandende zon, in sneeuwgewarrel, te bewaken d'eene of andere fabriek, — of stappend-af den spoordijk eind'loos vele malen, zwaar bepakt als muilen, wij zijn 't zat! — Laat zeiven* bewaken de fabrieken, die bezitten .ze, laat zij waken, of waken hun knechten: niet wij! En dan 't razen der officieren ons uitvloekend voor elke kleine fout, hun veracht'lijke blik, en toon, die striemt, een zweep, en doet de tong moeizaam verbijten 't dolle driftwoord, dat beduidt dood of langen

kerker voor wien 't ontglipt En dan de straffen,

neerhaaglend bij 't geringst vergrijp. . . . 't geboeid

versmachte', op harde brits van 't vuil cachot,

door lange dage' en nachten, 't lijf verteerd

van walg'lijk ongedierte', neen wij dulden

't niet langer: wij zijn 't zat. — Wij zijn geen beesten,

maar menschen. Wij hebbe' opgesteld een lijst

van eischen en zonden eenigen onzer

die voor te leggen onzen kommandant.

Wij willen recht, en willen zij 't niet geven

zoo muiten we, en onze officieren

die honden, schieten wij als honden neer.

Nu, leden van d'arbeidersraad, mijn opdracht

aan u, is 't verzoek mijner kameraden,,

ons te steunen in deze zaak. En tot

bewijs dat ge mèt ons zijt in dit pogen,

vragen zij of een'gen der uwen komen

met mij, deel te nemen aan ons beraad.

Sluiten