Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Ziet ge nu dat het is één meester die beide, arbeiders en soldaten dwingt hem voort te trekken, hoog op hoogen wagen zich vleiend zacht in kussens van genot?] d'Arbeiders willen meer rust, beter voedsel, een mensch'lijker behandeling, 't recht zich vrij ' te vereenigen in verbonden, vrijheid van woord en pers: d'arbeiders willen al wat g'ook wilt — maar niet alleen voor zich: voor allen eischen z'een beter leven. — Kameraad! Het is daarvoor dat onze scharen rijzen, vullend alle straten met hunner schreden gedreun en moedig-daverenden zang. t Is daarvoor dat zij strijden, 't is daarvoor dat onze en uw meesters oproermakers hen schelden, drieste roovers, eerelooze misdadigers; — het is om deze misdaad dat zij uw makkers bevele' ons te dooden, en 't is daarom dat gij ons doodt. — Soldaat, de mannen van het regiment-Andrejitch die gist'ren richtten op ons hun geweren, zenden u thans hierheen met bede om hulp in strijd van één natuur als die wij gist'ren voerend, vonden versperrend onzen weg de blinkende haag uwer bajonetten. En hoe zal 't morgen wezen zoo gij wint? Zullen we u weder — ons wacht nieuwe strijd en weer nieuwe, door veler jaren wiss'ling, — vinden, de geweren op onze borsten gericht — of wel, broeders, aan onze zij ? Wat dunkt u, kameraad.

SOLDAAT (eerst bedremmeld, dan vrijer).

Toen men ons gist'ren uitrukken deed, d'optocht uiteen te jagen

Sluiten