Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

DERDE ARBEIDER (komt binnen).

De lucht is dik van onheil. Zwarte geruchten krassen aan als raven. In de dikke lucht hangt een reuk van bloed.... De Moscousche opstand zieltoogt.... 't Petersburgsche proletariaat verroert zich niet, door duizend worst'lingen uitgeput. De staking der spoorwegmannen mislukte: versche troepen komen onafgebroken aan. In de Oostzeeprovincies dunnen strop en kogel de rijen onzer dapperen; de heeren zitten weer vast in 't zaal. — Een ijz ren vuist houdt in Polen de arbeiders ten onder: heel Warschau lijkt één tuighuis, opgepropt met wapens, en van de wallen der vesting dreigen kanonnen de weerlooze stad. . ... In den Kaukasus rijst de wanhoopsschreeuw der jonge meisjes en vrouwen, geschonden door de beesten die men losliet op hen; en uit 't Zuid-Westen trekt eind'looze stoet van joodsche vluchtelingen naar de grenzen: hun gezichten zijn van ontzetting grauw.... Aan alle zijden storten dreunend onze verwachtingen ineen.... Nederlaag spert zijn reuzenkaken open te verslinden onze arme vrijheden en rechten, 't jonge kroost der victorie, heel ons kort geluk.

CHRYSTALOFF.

Maar onze moed kan geen nederlaag ooit verslinden, en onze hoop zweeft, een vogel, jubelvrij boven alle rampen uit.

[U roep ik aan, o stad, verwarde knoop

van goed en kwaad, gewrocht van onze handen

Sluiten