Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

werkend verdoem nis en verlossing ons. Gij nest van smarte' en menigvuld'ge schanden, gij vorm, waarin gegoten werd het brons van ons bewustzijn — u roep ik' te hooren onze geloften, dat hun geest uw muren drenke en verzadige uw atmosfeer. Gij die nu ligt in late middaguren, als ge laagt op dien morgen, nieuwgeboren, toen Vrijheid nederstreek op u, — alweer zendt ge, als toen, geroezemoes van klanken maar and're, angstig half, halftoornend uit tot ons, die u omstaan als men een kranke omstaat' denkend: wordt hij, of niet de buit van zwarten dood? — O stad, tusschen de voegen uwer steenen groeide op 't zaad onzer kracht, achter de stilte uwer muren vroegen aandacht'ge hoofden vrijheid aan de nacht 'het te doen kieme', en uw arbeidsgedruisch was die het rijpten: zon en wind en regen. Lang worstelde 't omhoog, dit zaad van zegen, half verstikt door 't onkruid dat ook gedijt in u: ruwheid en dronkenschap, onkuisch genot en alle lage slaafsche lusten. Maar eind'lijk overwon het in dien strijd: de blinde zelfzucht overwon bewuste en klaarblikkende solidariteit.

En toen zaagt g' in uw straten, op uw pleinen o stad, opschieten dezen oogst van heil: het zaad van socialisme, en met frissche loten omranken, als een groene dos, d'arbeidershuisjes, de grauwe en kleine; opklimmen langs de- muren, hoog en steil van de kazernen en gevangenissen, bedekken het plaveisel van uW pleinen;

De Opstandelingen. 7.

Sluiten