Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Wij waagden alles; wij verloren. Maar één ding bleef onverloren ons; h"et beste: 't geloof in onze toekomst en ons zelf. Wij deden, wat wij moesten. Wij berouwen niets wat wij deden, wij betreuren niets dan onze te kleine kracht. Hier ongebogen staan wij voor u, ied're klop onzer harten slaat strijd, en nogmaals, strijd. . . .'

EERSTE OFFICIER (woedend opspringend).

Het is genoeg, (tot den andéren officier) Hij heeft bekend. — (Tot Maria) Gij daar, gij zijt Maria, de ergste van die bloeddorstige wijven die uitteroeien als schaadlijk gedierte is onze plicht. Gij hebt in de kazerne verspreid oproerige leugengeschriften, de soldaten verlokt hun eed te breken, ze opgehitst tot muiterij. Gij hebt tweemaal de spoorwegarbeiders tot staken bewogen, z'aangespoord tot het vernielen der noorderlijn. Gij wijf, gij zijt van allen het schuldigst: deze vloed van gruw'bre misdaad, die uitrolt zijn zwarte, stinkende waatren nu door heel Rusland: gij, en'uws gelijken gij hebt hem opgewekt.

MARIA. X), was het waar

wat- ge zegt, hadden wij die wonderkracht wij, die gij leiders noemt, t' ontkeetnen stormen als Rusland nu doorbruisten! — Konden wijden toorn des volks bevelen, van de verre kimmen waar hij ineengedoken wacht, toe te schieten, en met machtige vlerken wild om zich heen te slaan! —/ Hadt gij die kracht bezeten, eedle, heil'ge martelaren die den laatsten bloeddrup gaaft uit uw aadren,

Sluiten