Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

EEN ANDERE STEM (Een vrouw treedt naar voren). Zij zijn ons geweten, dat roept en maant te volharden als ons hart versaagt in zwarte vertwijfeling. Zij schragen den wil, als hij zinkt, in twijfels verwarde; zij wijzen hem 't spoor, wanneer hij dwalen ging.

Zij vlogen ons voor op de lichtende starrebezaaide banen van zege; zij hebben met ons gestaan waar de wind die onze lichamen vol omwaaide droeg het gouden getoeter uit Vrijheids horen aan.

Toen wij stromp'lend vloden langs nederlaags steenige

[wegen

hield hun hand ons op: haar greep was vast en zacht, toen w'op de velden der wanhoop zijn neergezegen hebben zij ons gelaafd met hun laatste druppel kracht.

Bloed van ons bloed, hart van ons hart, wij zijn samen gegroeid met.u; zij snijden u niet uit ons vleesch: als wij maar duist ren uw glans-doorblonkene namen staan sterren op door onze nacht van twijfel en vrees.]

EERSTE OFFICIER.

Zwijg met die kreten, vrouw: naar uw getuig'nis

vragen wij niet; uw eigen schuld of onschuld

zal spoedig blijken. — (tot Petroff) Grijskop, hebt ge nog

iets toe te voegen aan 't woord uwer makkers ?

Schaamt g'u niet, die met witte haren deeldet

den misdadigen waanzin van wie willen

omver werpen met dolk en bom, of door

het bruut geweld hunner gekruiste armen

d'oude heil'ge orde der maatschappij ?

Hebt gij zoolang geleefd zonder te leeren

deze waarheid: God zelf heeft zijn verkoornen

boven 't volk, dat te beheerschen, gesteld.

Elk, die 't voorspiegelt hersenschimmig heil,

en roekeloos verleidt geluk te hopen,

Sluiten