Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

ik 't merk der zuiv're liefde tot de makkers verwischt door het woeden van lage driften, drieste verwild'ring daar geschreven....

Ach,

niet allen deed de school van 't lijden goed,

en zijn overmaat brak, te streng een meester,

in somm'gen onzer de veer van den wil;

in somm'gen sleurde de vloedgolf der smart

't roer weg of smakte 't stuk dat menschenlevens

richt: het geweten richt niet meer hun baan. . . .

ISMAïL.

Maria ! ge vertwijfelt niet aan ons ? MARIA.

O kon ik niet eenmaal, duizendmaal sterven, niet duizend dooden zou ik willen koopen dat g'overeinój blijft in zeed'lijke kracht.

Wij komen gewaad door een zee van bloed, hielden altijd in opgeheven handen het ideaal van 't nieuw, broederlijk leven, zendend uit zijn fonk'lende stralen over het troostloos vlak der grauwe maatschappij. Ontzinkt het u, dan wordt het ringsom duister, dan was de lijdensgang vergeefsch.... vergeefs kwamen wij gewaad door een zee van bloed.... Ach, twijfel, twijfel aan de kracht der makkers bedwingt' dit hart, dat geen vrees, geen vooruitzicht van bitters ooit bedwong.

ISMAïL.

Maria ! ge moogt niet bekommerd sterven,

niet in twijfel over 't reiken der kracht. . . .

Liefste en trouwste die ons alles gaaft,

gij moogt niet heengaan met dien wolk in d'oogen

Sluiten