Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

hoop heeft ons weer (Teerste kus op de bleeke lippen gegeven: opnieuw haar kindren zijn wij.]

EEN JONGELING.

Wij lagen en wachtten: zal

ons hart nu voortaan altijd

blijven als een klomp van lood?

Is er geen uitgang die leidt

weg uit wanhoops sombere hal,

dan de eene poort van den dood ?

Over ons gespannen gezicht

voelden w'een adem gaan, mild

als koelende avondwind

over bloemen na zonnebrand:

het zware werd opgetild

van ons, en wij voelden verlicht

als een man wanneer pijn hem verlaat

die diep' in hem boorde haar tand.

We voelden het drupp'len als dauw op het hart en als dauw ons verkwikken en de pijn der verstarring week voor een andere mildere pijn. Diep in ons begint weer 't geruisch der wel die geen steen kan verstikken, weer borrelt in ons het verlangen, het verlangen vrij te zijn.

Onze oogen zien door een mist,

ons hart heeft uw woord half verloren,

half in zich gezogen, zooals

klokkengelui door den wind.

Maar. een1 warmte welt door het hart,

Sluiten