Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Uitbetaling na overlijden van een rentetrekker.

Art. 15. 1. Na overlijden van den

rentetrekker wordt de rente, die tot en

met den eersten dag van uitbetaling na

het overlijden zou zijn verschuldigd aan

diens echtgenoot uitbetaald.

2. Bij ontstentenis van een echtgenoot kan het bestuur der Bank het bedrag uitbetalen aan personen, die naar zijn oordeel daarvoor op billijkheidsgronden in aanmerking komen.

3. Voor de toepassing van het voorgaand lid wordt alsnog verschuldigd geacht de rentetermijn, die betaalbaar zou zijn in de week, waarin de rechthebbende is overleden.

Verjaring. I.

Aft. 16. 1. De termijnen van een rente, welke niet zijn ingevorderd binnen één jaar na den dag, waarop zij voor het eerst betaalbaar waren, worden niet meer uitbetaald.

2. Zijn de renten gedurende vijf achtereenvolgende jaren niet ingevorderd, dan is het recht op renten vervallen. Door Ons kunnen de belanghebbenden, die dit mochten verzoeken, in het genot van hun vervallen rente worden hersteld.

3. Dat genot zal in het hierbedoeld geval, ingaan met de week, volgende op die, waarin het verzoek is ingewilligd. Vervreemding, beslag.

Aft. 17. 1. De renten, in deze wet bedoeld, zijn :

a. onvervreemdbaar:

b. .niet vatbaar voor verpanding of beleening;

c. niet vatbaar voor executoriaal of conservatoir beslag noch voor faillissementsbeslag.

2. Volmachtéo* ontvangst van rente» onder welken vorm of welke benaming ook verleend, is steeds herroepelijk.'»iiï

Sluiten