Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

VOORBERICH T.

Een der belangrijkste zaken, die bij de wijziging in de wet op het lager onderwijs aan de orde kwamen, is ongetwijfeld de opleiding der onderwijskrachten. De bepalingen in de nieuwe wet scheppen op dit gebied geheel nieuwe toestanden. Deze bepalingen trekken uit den aard der zaak alleen de groote lijnen. Een reeks van Koninklijke Besluiten heeft deze materie meer in bijzonderheden te regelen.

De Raad van Beheér van het Nutsinstituut voor Volksontwikkeling, van meening, dat deze détail-uitwerking van groote beteekenis kan zijn voor de opleiding der onderwijzers in de toekomst, besloot een commissie van deskundigen samen te stellen, belast met het uitbrengen van een rapport over de inrichting der nieuwe kweekschool en der opleidingsschool en met het beantwoorden van de vraag op welke wijze de oude kweekscholen het best te reorganiseeren zijn volgens de nieuwe wet.

De Raad van Beheer was. zoo gelukkig vertegenwoordigers van het Kweekschoolonderwijs van alle richtingen bereid te vinden in die commissie zitting te nemen. Ze bestond uit:

Mej. J. Lieftinck, Directrice Rijkskweekschool te Apeldoorn en de Heeren L. C. T. Bigot, Directeur Bijzondere Kweekschool te Arnhem;

H. W. Korenstra, Directeur Nutskweekschool te Haarlem;

Th. Lancée, Directeur Rijkskweekschool te Groningen;

H. Marwitz, leeraar Rijkskweekschool te Deventer;

L. P. Middendorp, Directeur R.K. Kweekschool te Beverwijk ;

A. Oosterlee, Directeur Bijzondere Kweekschool te Zetten;

Dr.W. Reindersma, Directeur Gem. Kweekschool te Rotterdam.

Sluiten