Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

RAPPORT.

Dat het welslagen van den arbeid in de school voor het allergrootste deel afhankelijk is van de persoonlijkheid van den onderwijzer, is een stelling van onomstootelijke waarheid. En bij dat woord persoonlijkheid moet niet uitsluitend en niet in de eerste plaats gedacht worden aan kennis; de waarde van den onderwijzer, zijn beteekenis voor de school en voor zijn omgeving is afhankelijk van wat hij is, niet van wat hij weet. De opleiding der leerkrachten, hoewel het aanbrengen van kennis een belangrijk deel ervan uitmaakt, moet zich vooral richten op de ontwikkeling van het karakter, het aankweeken van verantwoordelijkheidsgevoel en van liefde voor het kind en het opvoedingswerk.

Wij mogen deze opmerking wel vooraan in ons rapport plaatsen, omdat de opleiding in de laatste 40 jaren vrij wel geheel gestaan heeft in het teeken der kennis, heel vaak in dat van de zonderlinge „schoolmeesterskennis .

Er is nog een andere reden, waardoor deze overweging zich naar

voren dringt. . .

De verwarde en verwarrende economische omstandigheden hebben in de menschen het hooger levensbesef ernstig aangetast. De moeilijke omstandigheden hebben den blik van den onderwijzer gedwongen — meer dan vroeger - naar zijn maatschappelijke positie. De overal waargenomen moreele inzinking toont zich ook bij den onderwijzersstand en openbaart zich hierin, dat dé belangstelling in het algemeen gesproken zich beperken gaat tot het salaris. Niemand onzer wil dit afkeuren, het is te begrijpen, te verklaren en te billijken. Maar daarnaast zal ieder moeten erkennen, dat de nieuwe school, d.i. de school van na den oorlog, de school van den moreelen opbouw, onderwijzers en onderwijzeressen noodig heeft, wier aandacht en belangstelling zich niet beperkt tot de salariskwestie en zich daartoe ook niet beperken hoeft.

Sluiten