Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

ze noodig is om een rekenmethode voor de lagere school te beoordeelen. Alles wat betrekking heeft op verkorte bewerkingen blijft achterwege: wat niet absoluut nauwkeurig berekend moet worden en eenige omslachtige bewerking vraagt, wordt logarithmisch berekend. De verkorte rekenmethoden mogen waarde hebben voor een rekenend astronoom, voor een aanstaand onderwijzer hebben zij dat niet. Ook de speciale reeksen theorie, die met de eigenlijke reeksen theorie niets heeft uit te staan, blijve achterwege, en met haar de repeteerende breuken, die voor niemand van belang zijn. Wat van de reeksen noodig is worde in de algebra behandeld.

2. Natuurkunde. Zeer te betreuren is, dat ook in deze wet weer wordt gesproken van het onderwijs in de natuurkennis, omdat hierbij weer in één term worden samengevat twee geheel verschillende vakken: de natuur- en scheikunde, en de plant- en dierkunde. Hierdoor wordt weer in de hand gewerkt, dat deze vakken door één persoon zullen worden gegeven, wat met het oog op de gevraagde bevoegdheden zeer moeilijk zal zijn; een doctor in de wis- en natuurkunde is onbevoegd voor plant- en dierkunde en omgekeerd. En niet alleen, dat deze wederkeerige onbevoegdheid bestaat, ook weet een doctor in de wis- en natuurkunde gewoonlijk van de planten dierkunde zeer weinig.

Het onderwijs in de natuurwetenschappen zal er vooral op ingericht moeten zijn, de leerlingen een natuurwetenschappelijke denkwijze bij te brengen, en verder de aanstaande onderwijzers geschikt te maken voor het geven van het natuurkunde-onderwijs op de lagere school.

Moet de kweekschool nu voortbouwen op wat de mulo-school geeft, dan ziet het er niet zeer rooskleurig uit. Het onderwijs in de natuurkunde op de mulo-scholen is niet best — de onderwijzers beheerschen dit vak niet en de hulpmiddelen zijn ten eenenmale onvoldoende en met de geringe hulpmiddelen, die er zijn weet de onderwijzer gewoonlijk niet om te gaan. Van een physische denkwijze zijn de meeste leerlingen dan ook zeer ver verwijderd. Gewoonlijk wordt in de redeneering juist alles op zijn kop gezet. De regel is zoo, en dus moet het ding zich aldus gedragen, inplaats van: Ik zie, dat het ding zich aldus gedraagt en hieruit kan ik dus de volgende conclusie trekken. De eigenaardige omkeering, die wijst op zeer bedenkelijke fouten in de methode van het natuurkundig onderwijs, zal bij

Sluiten