Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

steeds in 't oog moeten houden; immers, bij de behandeling der algemeene natuurkundige aardrijkskunde, gevolgd door die van de algemeene aardrijkskunde van den mensch, is 't gevaar zeer groot, dat beide alle contact verliezen ; daarom zal dezelfde leeraar beide onderdeden moeten doceeren. Het is verder zeker zonder meer duidelijk, dat naar deze methode alleen kan worden gewerkt, als door voorafgaand onderwijs (volgens de eerste methode) een zekere hoeveelheid kennis aanwezig is en voor herhaling daarvan wordt gezorgd. Het elementair onderwijs kan onmogelijk aan de leerlingen de daartoe noodige kennis medegeven en het spreekt dan ook vanzelf, dat het voortgezet onderwijs steeds naar de eerstgenoemde methode heeft gewerkt.

Wanneer wij thans nagaan welk onderwijs aan de toekomstige kweekscholen moet worden gegeven in 't vak aardrijkskunde, hebben wij met bovenstaande algemeene beschouwingen rekening te houden. Onze keuze tusschen de beide aangegeven methoden hangt nu af van de beantwoording van twee vragen:

le. geeft de nu ontworpen vooropleiding voldoende aardrijkskundige kennis aan de leerlingen om met succes de tweede methode toe te kunnen passen?

2e. welk doel heeft de kweekschool voor dit onderdeel van haar taak in 't oog te vatten en welke van de twee methoden voert het best naar het gestelde doel ?

Ten aanzien van de eerste vraag zij opgemerkt, dat de exameneischen voor het M.U.L.O. examen en de leerboekjes, voor de M.U.L.O. scholen geschreven, aanleiding, tot een optimisme zouden kunnen geven, dat ik helaas niet geheel deelen kan.

En nu de tweede vraag: welk doel heeft de kweekschool zich te stellen ? Een wetenschappelijke beoefening van het vak durf ik niet vorderen; wetenschappelijk is zoo'n geleerd woord en 't aantal vakken,dat de kweekeling moet beoefenen, is zoo groot. Laat ik liever aldus formuleeren: de kweekschool moet den aanstaanden onderwijzer bijbrengen: le. inzicht in de stof uit zijn leerboek, zoodat hij hoofdzaken van bijzaken weet te onderscheiden; 2e. methode van studie; 3e. vertrouwdheid met de leermiddelen ; 4e. zooveel literatuurkennis, dat belangstelling wordt gewekt en

Sluiten