Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

II. De Opleidingsschool.

Algemeene opmerkingen.

De opleidingsscholen zullen de onderwijzeressen moeten afleveren, aan wie de vorming van het zeer jonge kind wordt toevertrouwd; deze onderwijzeressen zullen werken in de laagste twee klassen der lagere school ert in de bewaarschool. Het lijkt niet ondienstig hier de opmerking te doen voorafgaan, dat in dit nieuwe onderwijssysteem de bewaarschool het uitgangspunt dient te zijn; de laagste twee klassen der lagere school behooren de voortzetting der bewaarschool te zijn.

De opleidingsscholen zullen algemeen ontwikkelde, beschaafde jonge vrouwen moeten afleveren, wier opleiding wel anders is geweest dan die der leerlingen eener kweekschool, maar die toch als onderwijskracht in geen enkel opzicht achterstaan bij de leerkrachten, die in de hoogere klassen werken. Op de opleidingsschool worden niet de meisjes verwacht, die wegens minder goeden aanleg op de kweekschool geen plaats kunnen vinden, maar zij, die zich vooral aangetrokken gevoelen tot het opvoedingswerk bij jonge kinderen. Haar daarvoor te bekwamen, is de taak der opleidingsschool, die daarnaast ook zal hebben te zorgen voor het aanbrengen van algemeene ontwikkeling en beschaving.

De toelating tot de opleidingsschool is in de wet op dezelfde wijze geregeld als die tot de kweekschool. Wie niet op grond van diploma's toegang heeft, zal door middel van een examen toegang kunnen verwerven. Het lijkt niet wenschelijk voor deze toelating den eisch te stellen van kennis der drie moderne talen. Vraagt men elementaire kennis van Fransch, Duitsch en Engelsch, dan ligt daarin opgesloten, dat die talen ook aan de opleidingsschool zullen worden onderwezen. En dit is niet noodig en ook niet gewenscht. Het aantal uren, dat op den rooster der opleidingsscholen voor vreemde talen kan worden uitgetrokken, is zeer beperkt, en het is daarom beter één vreemde taal te onderwijzen, waaraan vrij wat tijd kan worden besteed en die daardoor goed onderwezen kan worden, dan den beschikbaren tijd te verdeden over drie vreemde talen, waarvan feitelijk geen enkele goed tot haar recht komt. Bovendien komt het aanleeren van één vreemde taal het onderwijs in de moedertaal zeer ten goede, wat met het

Sluiten