Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Omvang en verdeeling der leerstof. 1. DE VREEMDE TAAL.

Eerste klasse, 4 lessen. Herhaling van het gedurende de vóóropleiding geleerde aan de hand van een eenvoudige spraakkunst met bijbehoorende oefeningen en vertalingen. Lezen van modern werk. Uitbreiding van het idioom. Verbetering der uitspraak.

Tweede klasse, 4 lessen. Grepen uit de spraakkunst met toepassingen. Vrijere vertalingen. Lezen van litterair werk.

Derde en vierde klasse, ieder 3 lessen. Het lezen van enkele werken, vooral uit den nieuweren tijd; ook van boeken over kinderen.

2. NEDERLANDSCHE TAAL EN LEZEN.

Eerste klasse, 5 lessen. Hoofdzaken der Nederlandsche spraakkunst. Oefening in het mondeling en schriftelijk uitdrukken der gedachten. Oefening in de techniek van het lezen, waarbij bijzonder de aandacht wordt gewijd aan de uitspraak en aan een juist gebruik der speekorganen.

Tweede klasse, 3 lessen. Voortzetting en uitbreiding van het in I geleerde der spraakkunst; voortgezette oefeningen in het mondeling en schriftelijk uitdrukken der gedachten. Tropen en figuren. Behandeling naar vorm en inhoud van eenige soorten van woordkunst. Voortgezette oefening in het lezen.

Derde klasse, 2 lessen. Behandeling en lezing van eenige gedichten en prozawerken van bekende Nederlandsche schrijvers, bij voorkeur uit de 19e en 20e eeuw. Iets uit de geschiedenis der Nederl. letteren.

Vierde klasse, 2 lessen. Voortzetting van de stof uit III. Behandeling van eenige verschijnselen uit het leven en de geschiedenis der taal. Lectuur, ook uit de 17d"e en 18de eeuw. Beknopt overzicht van de geschiedenis der letterkunde, waarbij meer gelet wordt op inzicht dan op feitenmateriaal.

3. SPREKEN.

Derde en vierde klasse, ieder 1 les. Eenige kennis der spraakorganen, van de vorming der verschillende klanken en van de methode om de kin-

Sluiten