Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

en een theoretisch gedeelte is boven reeds gewezen. Het zal noodig zijn, dat ook bij dit examen deugdelijke contróle van rijkswege wordt gehouden. Dat het examen alleen zal worden bijgewoond door den „inspecteur," die een ambtenaar is van het lager onderwijs, lijkt daartoe niet voldoende.

III. Overgang naar den nieuwen toestand.

Vooral met het oog op de thans reeds heerschende schaarschte aan onderwijskrachten, geeft de overgang van den ouden naar den nieuwen toestand eenige moeilijkheid.

De duur der opleiding wordt met twee jaar verlengd; er zal dus een periode van twee jaar moeten komen, dat de kweekscholen geen leerlingen afleveren, een stagnatie, die tal van bezwaren met zich brengt.

Ten einde deze moeilijkheid zooveel mogelijk te verminderen, is het wenschelijk, dat de normaallessen nog eenige jaren blijven doorwerken. Daar echter, indien op verschillende plaatsen kweekscholen worden opgericht, de trek naar de normaallessen nog zal afnemen, is het wenschelijk, dat de thans bestaande kweekscholen zoo spoedig mogelijk worden omgezet in kweekscholen van de nieuwe wet en dat in verband daarmede spoedig opleidingsscholen, zoo noodig voorloopig in hulpgebouwen, worden gesticht.

De omzetting der bestaande kweekscholen zou aldus kunnen geschieden:

a. voor de rijksscholen kan worden bepaald, dat ze met ingang van 1 Jan. 1921 kweekscholen zijn volgens de nieuwe wet. De leerlingen der 4e klasse doen in April 1921 geen examen voor de akte art. 77a oude wet; ze gaan in September 1921 over naar de 4e klasse der nieuwe kweekschool en behalen in Juli 1923 de volledige bevoegdheid. De tijd van 1 Jan. 1921 tot September 1921 moet gebruikt worden, om zooveel mogelijk de klassen te doen beantwoorden aan de eischen gesteld voor den overgang van de 3e naar de 4e klasse der nieuwe kweekschool.

Voor de bijzondere en gemeentelijke kweekscholen, die den wensch daartoe te kennen geven zou dezelfde regeling kunnen worden toegepast,

Sluiten