Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

die de wereld omgaf. De twee apostelen Petrus en Jobannes, die hy. beiden aangeroepen had, de eene oud, de andere in den bloei des levens, kwamen hem te gemoet en begeleidden hem' naar eene plaats, die hy als het Vagevuur erkende, zonder dat men het hem verklaarde, en verlieten hem daar. Daar leed hy dikke duisternis, wreede benauwdheden en verstikkingen; zyn geheugen verdween gansch; alleen onthield hij, dat' hy niet verstond, hoe dergeüjke pijniging kon bestaan. Drie dagen bleef hy daar, en dit scheen hem langer te duren dan 1000 jaar. Daarna kwamen de twee apostelen terug en voerden hem op naar een grootere klaarheid; hoe dit gebeurde, wist-hy niet, want een weg hadden zy niet gevolgd. Daar zag hy verschillende groepen van heiligen, die zich bevonden de eene'wat dichter, de andere wat verder verwijderd van het oosten, maar allen naar dien kantuitziende. Zy loofden hem, die in het oosten verscheen, met gebogen hoofden, of met ten hemel gerichte aangezichten en uitgestrekte armen. Hy zag 24 ouderlingen die gezeten waren als geschreven staat in de Openbaring1). De lofzangen dier talryke koren vloeiden in hem, herstelden hem, maar na zijn terugkeer was hy ze vergeten. In die plaats was een wonderlijke pracht, een licht van te groote en schitterende klaarheid, waarin de kostbaarste kleuren fonkelden, en daar heerschte een eeuwige vreugder aan hare grootschheid was begin noch einde. Daar zag hij ook den Heer, van wien eene helderheid uitging, die alle heiligen in' de lengte en ih de breedte bestraalde. Hy was op eene zekere manier (quodam modo) in hen, en zy in hem; Hy omringde alles, verzadigde allen, beschermde en ondersteunde ze. Daar blonk noch zon, noch maan: men zag er noch hemel, noch aarde. De personen en alles wat er was, hadden niets lichamelijks, nochtans zagen zy er uit als prachtige lichamen. Om de gezetenen was eene pracht, die als een regenboog om hen vormde. Dat* alles

*) Openbaring 4/4: „En rondom den troon waren vier en twintig tronen; en op de tronen zag ik de vier én twintig ouderlingen zittende, bekleed met witte kleederen, en zij hadden gonden kronen op hunne hoofden."

Sluiten