Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

kundige waarde. Het eenige verhaal uit de ll"36 eeuw, dat den naam van een visioen verdient, is van een priester Vauquelin, Toen Vauquelin op den lst»n Jan. 1091 by maanlicht huiswaarts keerde, werd hy plotseling door een troep ruiters omringd, waartusschen een reus met een knots. Daarop volgt een uiterst wonderlijke processie. Vooreerst een huilende massa voetgangers, waaronder de priester er eenige herkent, dragend op hal3 en schouders vee (pecudes), kleederen en allerlei huisraad en werktuigen, wat zy tijdens hun leven geroofd hadden. Daarop volgen: een troep lijkdragers, op 50 lykbaren mannen dragend als dwergen met hoofden als groote tonnen — twee Ethiopiërs, een boomtronk torsend, waaraan een verdoemde is gebonden, de moordenaar van een zekeren priester Steven; een duivel zit op den tronk en plant gloeiende sporen in den rug en in de lenden van den ongelukkige, tot het bloed er uit vloeit; — een ontelbare menigte vrouwen, gezeten op zadels, waarin gloeiende nagels zyn geslagen. „Woe! woe!" roepen ze en openlijk belijden ze hun zonden; de priester herkent eenige der gefolterden en ziet damesrijpaarden, die wachten op hunne nog levende berijdsters: één ontzaglijk leger, op koolzwarte rossen, één kleurlooze zwartheid, één vlam! Vauquelin, die een bewys wil meedragen voor de waarheid van zyn geschiedenis, wil een paard vastgrijpen, maar de gloeiende stijgbeugel verbrandt hem den voet, terwyi de vastgegrepen teugel zyn hand verstijft en het ros een wolk uit zyn neusgaten blaast zoo dik als den diksten eik; vier ridders bedreigen den gewaanden paardedief, en een onder hen verzoekt Vauquelin een boodschap te brengen aan zyn vrouw. Die ridder vertelt hem de zonderlinge geschiedenis, dat hij van een schuldenaar een molen in pacht had gekregen en dien molen aan zyn eigen erfgenamen had vermaakt; om die schuld uit te boeten moet hij een heeten klomp yzer van den molen in zyn mond houden, wat hem zwaarder weegt dan de toren van Rouaan; door Vauquelin hoopt hy verlost te worden, want op hem rekent hy om het gedane kwaad te vergoeden. Daar de priester weigert, grijpt de ridder hem met zyn brandende hand bij de keel en

Sluiten