Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

hem toegebrachte wonden waren gestorven. Patricius verkrijgt eindelijk van God hulp. God schenkt hem een boek en den „baculus Jhesus" (sic! Jezus' staf) en toont hem in de woestyn een hol, waar boetelingen de geheimen der andere wereld konden zien, daar de Ieren weigerden te gelooven, indien zy niet in staat gesteld werden met eigen oogen de vreugden en smarten van de andere wereld te aanschouwen. St. Patricius bouwt er een kerk en een klooster en beveelt het aan in de hoede van Augustijnen. Menigeen bezocht het hol en hetgeen hy ondervond, werd neergeschreven en bewaard in de kerk, die Reglia heette. Dan volgt er een korte beschrijving van een ouden, heiligen prior uit het klooster, wien de engelen tydens zyn leven prezen om zijn ascetisme. Niemand mocht overigens het hol binnengaan zonder brieven van den bisschop, in wiens diocees het hol lag. Men moest den boeteling zooveel mogelijk afschrikken. Konden noch de bisschop, noch de prior hem in zyn besluit doen wankelen, dan moest hy eerst lo dagen vasten en bidden en zich verder voorbereiden door het ontvangen der sacramenten. Dan leidde hem de prior met de kanunniken onder het zingen van litaniëen naar het hol, liet den boeteling binnentreden en sloot de deur. Den volgenden morgen verscheen de prior weer in plechtige processie met zyn kanunniken en, indien de boetering gevonden werd by de deur van het hol dan werd hy naar de kerk teruggebracht, waar men gedurende 15 dagen God dank zeide voor den goeden uitslag. In de dagen van koning Stephanus, wilde een „miles" (soldaat, ridder), Owein geheeten, het hol betreden, om boete te doen voor zijn zonden. Hy weet van den bisschop een toegangsbrief te krygen. Te vergeefs tracht de prior hem tegen te houden. Owein is onverzettelijk en men leidt den ridder na de vereischte ceremoniën naar het hol. Eerst is alles duister, maar weldra komt er een beetje licht als op een winternamiddag. Daar ziet Owein een mooie zaal, rustende op zuilen. Hy zet zich neer en nu verschynen 12 (in de Middelnederlandsche teksten 15) mannen, geheel in het wit en glad geschoren als monniken. De voornaamste van hen spreekt hem toe en waarschuwt hem tegen de komende gevaren. De naam Jezus zal

Sluiten