Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

zijn hoofd is „Auro mihi sirpile videtur ardenti in fornaci" (hy schijnt mg geUjk aan goud gloeiend in den smeltoven) antwoordt de ridder. Dat is, verklaren zij, de poort van het hemelsche paradijs waarin zij binnengaan, die een tyd by hen vertoefd hebbenDagelijks worden zy van dit hemelsche paradijs uit gevoed. Nauwelijks hebben zij deze woorden dan . ook gezegd, of een laaiende vlam schiet op hen neer, die hen met ongekende zaligheid vervult. (Vertrek van Owein en verder lot). - Gaarne had Owein er langer gebleven, maar de bisschoppen zeggen hem, dat het noodig is naar de aarde terug te keeren en voorspellen hem, dat hvj zal mogen weerom komen, indien hy op aarde een goed leven leidt. Owein gaat denzelfden weg terug, zonder dat de duivelen hem ' durven naderen - deze terugkeer wordt in eenige korte zinnen beschreven - en vindt in de zaal de bovenvermelde mannen . weer die hem geluk wenschen met zyn tocht, maar hem aansporen ; naar den ingang van het hol te gaan, daar de prior hem al wacht. Owein doet dit; de prior opent de poort en onder luide vreugdezangen wordt de dappere ridder naar de kerk geleid, alwaar hy no- 15 dagen biddende doorbrengt. Dan doet hy een pelgrimstocht naar het H. Land en gaat na zyn terugkeer in een klooster. Deze laatste twee byzonderheden ontbreken in het Middelnederlandsch. (Slot) - De rest van de legende - die ook in geen der Middelnederlandsche redacties voorkomt - vertelt, hoe Germsms, abt van Louth, verlof had ontvangen, om in Ierland een klooster te, bouwen en hoe Gübertus of Girbertus de Ludo (Louth) met deze opdracht belast, van den koning als tolk ridder Owein medekreeg Owein vertelde nu aan Gilbert zijn geschiedenis en deze Gilbert vertelde ze op zyn beurt vaak in de tegenwoordigheid van H van Saltrey, die ze opteekende en opdroeg aan den abt van Sarten. Toen eenmaal iemand by het hooren van de legende twijfel aan de waarheid er van uitdrukte, vertelde Gilbert een mishandeling van een monnik uit zyn klooster door duivelen, een mishandeling, waarvan de gezegde monnik zijn leven lang de • litteekens droeg. In eenige Latynsche handschriften zyn hier verder nog aan toegevoegd een tweetal exempelen, die echter

Sluiten