Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

blikbaar geïnterpoleerd zijn en die wij dus niet zullen vernielden.

Deze legende behoort, wat haar vorm betreft, tot de boven besproken Imrama of zeereizen. Owein doet een lange reis naar Lough Derg, om daar het vreemde wonderland van het hiernamaals te kunnen aanschouwen. Evenals Odysseus, Orpheus en Aeneas daalt de ridder in levenden lijve in de onderwereld af en ziet de straffen en vreugden met lichameüjke oogen. Hij wordt niet tegen zijn wil onverwachts gebracht in een visionarischen toestand, maar vrijwillig zoekt hij de raadselen van het onbekende hiernamaals te ontsluieren. Hij heeft daarenboven een bepaald doel: hij wil zich namelijk door het aanschouwen van het vreeselijke, reinigen van het slechte, dat hij bedreven heeft. Hij is aldus de drager van een der hoofdideeën van het Katholicisme, inzonderheid van het Middeleeuwsche, dat iedere zondaar, hoe diep gezonken ook, kan rekenen op erbarming en hulp van boven, indien hij slechts ernstig naar zijn verbeteringstreeft. Maar omgekeerd ook: er is geen vergrijp tegen de Godheid, dat niet op een of andere wflze uitgeboet moet worden. Dat ziet Owein telkens en telkens bevestigd in de gepijnigde slachtoffers der hellegeesten. In het gehuil en in het gejammer der gefolterden, in het gejubel en de lofzangen der zaligen, in den stank èn de duister-laaiende vlammen der verschrikkingsoorden, in de lichtglansen en zoete bloemenroken der zalige velden, erkent Owein en die zijn verhaal hoort, de eeuwige rechtvaardigheid van de Godheid, die vergeeft, beloont en straft, maar in alle geval boetedoening eischt. Als de roode draad loopt door het gehéele verhaal de gedachte aan het kerkelijk leerstuk van het vagevuur. Van de inleiding af, waarin van den grooten Gregorius gesproken wordt, die met zijn Dialogen zooveel heeft bijgedragen tot de ontwikkeling van het vage vuurleeretuk, tot op het slot van het eigenlijke verhaal, is de alles overheerschende gedachte: in het hiernamaals moeten de in deze wereld niet behoorlijk uitgeboete zonden worden uitgeboet, maar het is mogelijk de afgestorvenen van hunne pijnen te verlossen door goede werken. De twee. bisschoppen, die Owein in het aardsche paradijs toespreken, f zeggen het hem uitdrukkelijk, dat zij, omdat zij zondig¬

en

Sluiten