Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

.... al eest, dat den helsghen wolff cryt oft brult Dat hy nyet en sorghe te syne verduit, Want ick schors hem syn cracht.

Aan den anderen kant: waren de aanvechtingen van Owein ook niet een waarschuwing op zyn hoede te zijn en geen vermetel vertrouwen op Gods barmhartigheid te hebben! Steeds „slaat de viant syn loose practyke" of, zooals een der grootste Middeleeuwers uit den tyd der devoten schrijft: Sed antiquus hostis, omnibus bonis adversans, a tentatione non cessat: sed die noctuque graves molitur insidias, si forte in laqueum deceptionis possit praecipitare incautum"l).

Het doel stichting te verwekken, overheerscht alles, dringt al het andere naar den achtergrond. Ja, de beschrijvingen der pynen zijn niet onverdienstelijk, maar munten niet uit door oorspronke- j rijkheid. Menig motief zou door met literaire bedoelingen schrijvende auteurs meer benut zijn geworden. Een soortgelijk tooneel als het j ontvangsttooneel van Owein door de duivelen in de zaal, is in Tondalus' visioen heel wat aangrijpender beschreven: „Soe sach sy", vertelt Tondalus van zyn ziel, toen hy gestorven was, „ten lesten tot hoer warts comen. alsoe groten schare van duvelen. Alsoe dat sy niet [ alleen en vervulde dat huus ende den hof daer hoer lichaem lach. Mer oec geen wech en was. noch straet vander stat si en waeren j alle vol duvelenf.] Ende doe si) dese onselige ziele al om belegen hadden. Soe pynde[«] sy se seer te bedrueven ende sechden. ■ Sijngen wy* deser onseliger zielen een liedeken der doot. dat wfl hoer schuldig syn[,] want sy" is een dochter der doet. ende [een] spijse des vuers dat niet gelesschet en sal werden, vriendijnne der dunckerheit. ende viant des lichtes. Ende sy keerden hem [alle] tot hoer warts ende kniersseden mitten tanden op hoer[.]

i) Maar de oude vijand, die zich kant tegen al wat goed is, houdt niet op te bekoren; dag en nacht legt hg gevaarlijke lagen, of't hem^oms gelukken moge, een onvoorzichtige in zijn valstrikken te vangen. De Navolging van Christus III, 39, vertaald door R. Bouwman.

Sluiten