Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

waartoe zij bevoegd zijn, te nemen, om de vermindering der subsidiën te bevorderen. Zij het ook, dat volgens de Memorie van toeiiciiting bij het ontwerp wet van 1912, door de nieuwe regeling de bedoeling van art. 61 al. 2 der vorige wet — dus ook het verminderen — beter scheen verwezenlijkt te zullen worden.

Voorts zal de armènraad gehoord moeten worden, waarvan vroeger uiteraard geen sprake kon zijn.

Dan wordt voorgeschreven, dat de subsidiën telkens voor niet langer dan één jaar verleend mogen worden. Zij het al, dat die regel reeds gevolgd werd in de practijk.

Geheel nieuw is de eisch, dat aan den gemeenteraad getoond moet worden, dat de verzorging van armen en het toezicht op doeltreffende wijze geschiedt. Volgens de Memorie van toelichting staat dit in verband met de gewijzigde inzichten omtrent armenzorg en de verhoogde eischen, daaraan gesteld.

Alsmede is geheel nieuw de eisch aan het slot van al. 3 sub. c, dat het bestuur der instelling gedaan heeft en blijft doen wat in deszelfs vermogen is, om de particuliere bijdrage te doen toenemen.

Terwijl in verband met deze bepaling, dat het bestuur niet slechts vroeger in deze richting werkzaam was, maar dat het dit nóg is, in de wet bij een door de Regeering overgenomen amendement van Mr. de Beaufort is gebracht, dat niét steeds op billijke wijze door anderen is bijgedragen, maar dat zulks nóg het geval is (en wordt bijgedragen; art. 14 al. 3 c).

Het Bestuur der Nederlandsche Vereeniging voor Armenzorg en Weldadigheid heeft ter zake van de subsidiën het vraagpunt dus gesteld : „Is het wenschelijk de in art. 14 der Armenwet voorgeschreven beperking te laten vervallen?"

Ik meen recht te hebben tot de opvatting, dat het Bestuur met die redactie niet het oog had op eenige beperking in het bijzonder; en ook niet bedoelde bepaaldelijk de vraag aan de orde te stellen, of niet alle beperking kon wegvallen, maar dat het Bestuur wenscht te zien overwogen, of niet in het algemeen den gemeenteraden ruim vrijheid moest gelaten worden; of niet raadzaam was, den weerzin tegen gemeentelijke subsidies aan andere dan burgerlijke instellingen van weldadig-

Sluiten