Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Thorbecke gaf ten antwoord, dat hij geenszins de diakenen voor staathuishoudkundige beginselen ontoegankelijk achtte, maar de diaconie als zoodanig kon die z. i. niet toepassen. Wat is — zoo vraagde hij — „de roeping van zoodanig collegie? Al kunnen zijne leden zich de wetenschap van dat alles verschaffen, blijft niet het godsdienstig kerkelijk karakter het beginsel zijner handelingen ? Treedt het niet, de armoede staathuishoudkundig of politisch behandelende, op een geheel ander gebied dan het zijne?" 1)

Diaconieën waren dus eigenlijk voor Staat en Maatschappij gevaarlijke instellingen. Zij dreigden tegen te werken de zorg, die de Staat aan eenen zijner groote belangen wijdde. De Kerk van Christus, voorzoover zij het hare roeping acht, oni, bij te kort schieten van particuliere hulp, de armen te verzorgen, en althans aan hare leden het verleenen van bijstand aan behoeftigen overeenkomstig hare beginselen leert, werkt hierin den Staat tegen. Inkrimping van wat die Kerk tot haar wezen acht te behooren, is mitsdien staatsbelang. Mocht Thorbecke al de subsidiën ook uit kerkelijk oogpunt ongewenscht achten, en de gelegenheid daartoe misplaatst vinden in eene wet, die volgens hem de armenzorg geheel naar het particuliere terrein verwees, — zijn hoofdbezwaar was toch, dat de armenzorg in handen van den Staat moest zijn en althans diaconieën naar beginselen werkten, die de Staat verkeerd achtte en welke schade deden aan de werking, die de Staat bedoelde te oefenen.

Maar ook van de zijde dergenen, die geheel ander standpunt innamen, in wier levensbeschouwing voor Staat en Kerk gelijkelijk plaats was; die niet eenen principieelen strijd tusschen beide instituten aannamen, kwam verzet tegen de subsidiën.

Zoo door Elout van Soeterwoude. Geenszins was hij van

1) T. a. p., bl. 823. Volgens Riehl, Die bürgerliche Gesellschaft, 9e dr. (1897), bl. 314/15, zoude openbare armenzorg door den Staat juist weinig „staathuishoudkundig" werken. Met betrekking tot wat zich in Frankrijk .bij de Februarï-revolutie van 1848 had voorgedaan, schreef hij: „Je mehr sich zur Zeit der provisorischen Regierung der Staat als solcher mit den brotlosen Arbeitern befaszte, um so proletarischer urn so gefahrlicher für die Gesellschaft wurden sie."

2

Sluiten