Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

dien zij op het armwezen zouden kunnen uitoefen; in het bijzonder ook door gevolg te geven aan de wijze aanschrijving tot afschaffing van de kermissen en leerden beseffen dat de belangen van plaatselijke belastingen en van kroeghouders moeten achterstaan bij de hoogere belangen van het volk; daar wij nu op die kermissen zien, hoe in weinige dagen op schandelijke wijze wordt verspild wat vrouw en kinderen gedurende dé winterdagen voor koude en honger zoude hebben bewaard. En dankbaar zal ik bij de hoogere Eegering dat besef van hare gewigtige roeping zich zien openbaren, wanneer zij in de verbeterde inrigting harer openbare scholen, wanneer zij door opheffing van belemmeringen op bijzondere scholen in staat stelt aan armen en rijken reeds in jeugdigen leeftijd dat aan te bieden, wat de belofte heeft beide des tegenwoordigen en des toekomstigen levens, wat . naar Gods Woord het brood der nooddruftigen gewis maakt." )

Zoo kon dus de Staat volgens Elout op ruime schaal weldadig ten opzichte van de armoede werken. Echter bestreed hij met ernst het geven van subsidiën uit de openbare kas, bepaaldelijk aan diaconieën. Zoodanig subsidiestelsel streed z.i. „met alle politieke en kerkelijke beginselen." Wat hij aldus motiveerde: „of de Staat zal subsidien geven zondercontróle en dan zonder zekerheid van doeltreffend te geven en zonder zich te kunnen verantwoorden jegens hen uit wier bijdragen de subsidien moeten gegeven worden, óf de Staat houdt toe-

1) T. a. p., bl-. 916. In gelijken geest had Mr. Mackay gesproken, toen hij zeide: „blijft dan voor den Staat niets te doen over? Mijne Heeren I lk zou er eene groote lijst van kunnen opmaken wat de Staat voor de armen doen kan, zonder zich nog de armverzorging aan te trekken. Ja, de Staat heelt op dit terrein nog veel te d'oen zoowel preventief als repressief. Ik zal enkele voorbeelden opnoemen; de zorg voor de openbare gezondheid, waarvoor nog zooveel is te doen; het openen van kolonisatien ; het brengen van harmonie tusschen den landbouw en de industrie, die helaas nog op zoovele punten vijandig tegenover elkander staan, het bevorderen van onderwijs, het bevorderen van bronnen van bestaan en wat niet al. De Staat kan zoo preventief handelen, maar hij kan ook repressief werkzaam zijn. De Staat kan de

bedelarij weren Bedelarij is, naar ik meen, misdaad en ikzieReène

reden, waarom men die niet zou kunnen straffen." (T. a. p., bl. 808').

Sluiten