Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

sidien" trapsgewijze te verminderen en eindelijk geheel te doen ophouden, wees nog er op, dat „èn de Regeering èn de meerderheid dezer Kamer het eens zijn omtrent het beginsel dat de subsidiën een noodzakelijk kwaad zijn waaraan hoe langer zoo meer paal en perk moet worden gesteld." ')

Ook de heer Sander noemde de subsidiën „een noodzakelijk kwaad" enz. 2). Mr. de Brauw verklaarde, dat het streven moest zijn „trapsgewijze vermindering" van de subsidiën 3).

De heer Donker zeide: „Wat het subsidiestelsel aangaat, zal men tot het laten varen daarvan eenmaal moeten komen. En het kan dus niet alleen raadzaam, maar zelfs stelselmatig worden geacht reeds thans bij de wet het uitzigt daarop te openen." 4)

Zeer ongunstig dacht over' het stelsel ook de heer van Heiden Reinestein, die gewaagde van „het ellendige subsidie-stelsel", dat „hoogst nadeelig, onregelmatig en onbillijk werkt, vooral in plaatsen waar gemeenten van verschillende gezindheden gevestigd zijn." 5)

Mr. van Goltstkin weet het subsidiestelsel aan de regeling van het domicilie van onderstand bij de wet van 28 Nov. 1818, en wilde daaraan een einde maken6).

Mr. Mackay voerde nog als bezwaar tegen het subsidiestelsel, aan, dat de „Staat, zeer gemakkelijk aan geld (kan) komen; hij slaat maar om en maakt, indien dit niet toereikend is, den omslag grooter." 7)

1) Handd. enz., bl. 794.

2) T. a. p , bl. 826.

3) T. a. p., bl. 834».

4) T. a. p., bl. 798.

5) T. a. p., bl. 799.

6) T. a. p., bl. 801. Dat de regeling van het domicilie van onderstand de oorzaak van het subsidiestelsel zou zijn geweest, werd door den heer Sleeswijk Vening betwist..Zie t. a. p., bl. 804. Uitvoerig handelt over de wet van 28 Nov. 1818 Mr. A. 8. van Nierop, Verdediging van de onafhankelijkheid der diakonien, 3e dr. Met een brief van Mr. J. R. Thorbecke (1851), bl. 15 en volgg.

7) T. a. p., bl. 808». Zoo gold z. i. tegen de subsidiën hetzelfde bezwaar, als Mr. Fock, t. a. p., bl. 36/37, tegen alle burgerlijke armbesturen in het midden bracht: „Het bestaan van Armbesturen, in wier

Sluiten