Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

dadigheid het karakter van Christelijke pligtsbetrachting; zij is niet meer eene bijdrage op het heilig altaar, maar eene som langs een kerkelijken omweg, bij den gemeente-ontvanger in de gemeene schatkist gestort. Daarom is het, dat de wettelijke staatsarmenzorg het vrijwillig liefdebetoon vernietigt, en daartoe is alleen noodig — men heeft reeds aanvankelijk de ervaring er van gehad — dat het denkbeeld, hetwelk ik mij veroorloofd heb te ontwikkelen, meer algemeen gepopulariseerd zij. Wegkwijning der bijzondere en kerkelijke liefdadigheid, en uitbreiding dien ten gevolge van de armen-tax; dat is hetgeen gij ons geeft." i)

Met het voorafgaande staat het opmerkenswaardige verschijnsel in verband, dat de oordeelvellingen over de eigenlijke strekking van de wet zoover uit elkander liepen. Ook voor het verloop, dat de armenzorg onder en door de wet van 1854 heeft gehad, is het van belang hierop te letten.

Naar hierboven bleek, bestreed Thobbecke, besliste voorstander van openbare armenzorg, het ontwerp, wijl dit als beginsel had, „dat de Staat de armverzorging van zich afwerpe." 2) Reeds streed het subsidiestelsel z.i. met de grondgedachten van het ontwerp. Ook zeide de heer Zijlker, dat in dit ontwerp „het burgerlijk armbestuur bijna geheel op zijde" werd gesteld.3)

Eenen gansch anderen blik had Mr. de Kempenaer op de zaak blijkens deze woorden: „Ik bid u, Mijne Heeren, wat hebt gij daar in al die artikelen? Eene volledige regeling, naar mijn inzien, van de armenverzorging, door den Staat. Zij is volledig, er ontbreekt niets aan. Indien mij opgelegd ware die staatsarmverzorging te regelen door de wet, ik zou geene andere bepalingen weten te geven, dan deze." 4)

Groen van Prinsterer's oordeel ging, hoezeer hij zich iets zachter uitte, toch in dezelfde richting, toen hij aldus sprak: „het heillooze denkbeeld van wettelijke liefdadigheid, hoe dan ook in de schaduw gesteld, schijnt het steunpunt ook van

. 1) T. a. p., bl. 811.

2) T. a. p., bl. 812.

3) ï. a. p., bl. 917.

4) T. a. p., bl. 801.

Sluiten