Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

gold voornamelijk Zuidholland en Noordholland, t. w. resp. f249.282 en f871.728.

„Het totaal bedrag van de door de gemeenten aan instellingen van weldadigheid uitbetaalde subsidiën bedroeg in 1915 331 pet., in 1916 385 pet. van het totaal bedrag in 1871 uitbetaald."

„In 1871 genoten de burgerlijke, kerkelijke, bijzondere en gemengde instellingen van het totaal bedrag der subsidiën respectievelijk 92.70 pet., 5.50 pet., 0.90 en 0.90 pet., in 1915 respectievelijk 94.03 pet., 0.98 pet., 4.77 pet. en 0.22 pet., in 1916 respectievelijk 98.35 pet., 2.25 pet., 4.15 pet. en 0.25 pet."

In het Tijdschrift voor Armenzorg en Kinderbescherming, no. van 26 April 1.1. maakt de heer Blankenberg de juiste opmerking, dat met betrekking tot de burgerlijke instellingen het woord subsidie iets anders is dan ten aanzien van de kerkelijke en de bijzondere instellingen, en ten deele ook voor de gemengde instellingen. Aan kerkelijke en bijzondere instellingen wordt werkelijk subsidie gegeven. Ten opzichte van de burgerlijke instellingen moest z. i. gesproken worden van „het bedrag dat de gemeentekas voor de burgerlijke armenzorg uitgaf, voorzooverre burgerlijke instellingen die niet uit eigen fondsen konden bekostigen."

Ook is eenigszins vreemd de „subsidiën" aan burgerlijke instellingen vermeld te vinden onder de bespreking, gewijd aan de toepassing van art. 14 der Armenwet, dat juist over andere dan burgerlijke instellingen handelt.

Die „subsidiën" vallen dan ook buiten het gestelde vraagpunt, dat betreft de daar genoemde instellingen.

Overigens blijkt uit den staat, dat de subsidiën aan de gemengde instellingen tamelijk stationair blijven en weinig mederekenen; dat de subsidiën aan kerkelijke instellingen sinds 1871 langzaam achteruitliepen, maar van 1915 op 1916 eensklaps zijn gestegen van f77.806 op f207.113; dat de subsidiën aan bijzondere instellingen regelmatig klimmen: van f21.486 in 1871 tot f380.376; en eindelijk, dat wat de gemeentelijke kas aan openbare armenzorg uitgeeft, steeds meer wordt: van f2.203.924 in 1871 tot f8.558.199 in 1916. Ook kan men zien, dat het laatste geenszins bepaaldelijk uit

Sluiten