Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

de wet van 1912 voortvloeit; eigenlijk in dezelfde mate plaats vond onder de wet van 1854. Immers bedroeg wat de gemeentekassen uit dezen hoofde besteedden, reeds in 1912 niet minder dan f5.771.720.

Men kan dan ook zeggen, dat de vrees, door Thorbecke bij de behandeling van de wet van 1854 geuit, voor een verdwijnen van de burgerlijke armenzorg tegenover de kerkelijke, door de uitkomst allerminst bevestigd is, en dat zij, die destijds van de wet duchtten vermeerdering van de openbare armenzorg, door den gang van zaken zijn in het gelijk gesteld.

Het is goed hierop de aandacht te vestigen. Welke richting men ook ten aanzien van de armenzorg wil volgen, het gaat niet aan, gelijk reeds hierboven is opgemerkt, te beweren, dat de verwachtingen van de voorstanders van bijzondere armenzorg door de praktijk van die wet niet zijn vervuld. Het tegendeel is waar. Die praktijk heeft ze gestaafd.

Overigens zij nog — alvorens van de geschiedenis af te stappen — opgemerkt, dat wat uit gemeentekassen aan subsidiën ten bate van mindervermogenden wordt uitgegeven, niet volledig door den hierboven afgedrukten staat tot uiting komt.

Mr. J. Everts heeft in De Armenraad als centrum van organisatie (1918), blz. 7 en volgg., opgemerkt, dat allengs een niet onbelangrijk deel van het voorzien in den nood der hulpbehoevenden zich wettelijk of feitelijk aan de Armenwet onttrokken, en daarbuiten gelegerd heeft. Ten deele is dit door de wet geschied. „Het eerst" — aldus Mr. Everts — „werd het onderwijs aan arme kinderen aan de werking der Armenwet onttrokken. In de Leerplichtwet in (van?) 1901 werd de voeding aan behoeftige schoolkinderen afzonderlijk geregeld; de Kinderwetten stelden in gevallen van kinderverwaarloozing een overheidspolitiek vast, lijnrecht tégenovergesteld aan de tot nu toe gevolgde der Armenwet. De regeling der reclasseering werd bij speciale wet geregeld." Maar op meuig ander gebied bleef wettelijke sanctie uit en werd — zoo gaat de Schrijver voort — practisch de wet van 1854 genegeerd onder de leuze, dat men hier niet met „armenzorg" te doen had. Zoo is de steun aan de door de crisis

Sluiten